Wie helpt de vriendin van Ellen aan een baan?

Terwijl ik de parkeerplaats op loop word ik enthousiast begroet. Mijn bedoeling was om buurvrouw Ellen even te begroeten en een kort oudjaarspraatje te voeren. Het loopt anders. Vanuit een kofferbak krijg ik een kalender van 2020 aangeboden. Tot mijn verbazing is elke voorbije maand opgesierd met een soft porno foto. Als ik later thuis het bedrijf van de jaarkalender opzoek wordt mijn verbazing nog groter. Een bedrijf dat de bemesting voor wietplantages verkoopt is de uitgever van de kalender.

De enthousiaste vrouw maakte nog de opmerking; dit is de Bijlmermeer, daar kan en mag alles.

Toch zit er enige treurnis in dit verhaal. De enthousiaste vrouw heeft zopas te horen gekregen dat zij in 2021 een andere baan moet gaan zoeken ….

Vandaar de blogposttitel; Wie helpt de vriendin van Ellen aan een baan.

Geplaatst in Geen categorie | 21 reacties

Parool Kerstspeurtocht

De kerstspeurtocht van het Parool: zoek de hertachtigen in Amsterdam.

Voor een echt rendier moet je naar Artis, maar de stad zit vol andere hertachtigen. Zoek en vind ze tijdens de Parool kerstspeurtocht.

Het was in het najaar van 1957 dat de 18-jarige Henk Zilvergieter een ‘lumineus idee’ kreeg, aldus de Provinciale Drentsche en Asser Courant destijds. Henk werkte in een reparatiewerkplaats in Hammerfest, een dorp in het noorden van Noorwegen, in de provincie Finnmark. Hammerfest ligt op de poolcirkel, daar waar de Kerstman vandaan zou komen. Het is een plek met meer rendieren dan inwoners, en in reisgidsen wordt vermeld dat ‘er maar weinig gezelligheid is’. Vooral vanaf eind november: dan komt de zon twee maanden lang niet meer op.

Misschien wilde Henk daarom even in de schijnwerpers staan. Tijdens zijn lange werkdagen had hij een plan bedacht, voor als hij met de feestdagen huiswaarts zou keren. De Provinciale Drentsche en Asser Courant omschreef het als jeugdig enthou­siasme, maar je zou het ook gewoon een groots, spectaculair en meeslepend plan kunnen noemen. Henk Zilvergieter zou namelijk de drieduizend kilometer lange reis naar huis afleggen per rendier. Een rendierreis-in-kerstman-stijl, zoals hij het zelf noemde. Een episch kerstavontuur, zo was de bedoeling, dat aan de vooravond van Kerstmis tot een climax zou komen, als hij samen met zijn Rudolph het centrum van Amsterdam zou bereiken.

Misschien wilde Henk daarom even in de schijnwerpers staan. Tijdens zijn lange werkdagen had hij een plan bedacht, voor als hij met de feestdagen huiswaarts zou keren. De Provinciale Drentsche en Asser Courant omschreef het als jeugdig enthou­siasme, maar je zou het ook gewoon een groots, spectaculair en meeslepend plan kunnen noemen. Henk Zilvergieter zou namelijk de drieduizend kilometer lange reis naar huis afleggen per rendier. Een rendierreis-in-kerstman-stijl, zoals hij het zelf noemde. Een episch kerstavontuur, zo was de bedoeling, dat aan de vooravond van Kerstmis tot een climax zou komen, als hij samen met zijn Rudolph het centrum van Amsterdam zou bereiken.

Waarom dit alles relevant is? Omdat er wel degelijk rendieren in de Amsterdamse straten te zien zijn. Of nouja, hertachtigen. Verborgen in de gevels en op de daken in de binnenstad.

Volg de aanwijzingen van deze kerstspeurtocht – een wandeling van 7 kilometer – en maak van elk gevonden hert een foto. Of nog beter: maak een selfie met de herten. Stuur alle foto’s (een kort verslag is ook welkom) via mail of WeTransfer vóór maandag 4 januari naar winactie@parool.nl, onder ­vermelding van ‘Kerstspeurtocht’.

Onder de inzenders wordt geloot. De ­winnaar krijgt een thuisbezorgd etentje voor twee van een buurtrestaurant. De winnaars, én een verzameling van de beste ingestuurde selfies, staan in januari in PS van de Week.

Route

1. Begin op de Prins Hendrikkade, voor Centraal Station. Loop richting oost en begin rondom het Barbizon Palace Hotel met het afspeuren van de gevels. Het eerste hert heeft u – hopelijk – snel gevonden.

2. Wandel naar de Nieuwmarkt en ga daarna de Koningsstraat in. Loop helemaal door – de Korte Koningsstraat door, de Keizersbrug over – en sla linksaf. Zoek op het pand tegenover de parkeermeter naar het hert.

3. Loop door, ga met de bocht mee en daarna rechtsaf. Loop via de Nieuwe Uilenburgerstraat naar het Waterlooplein. Loop links om de Stopera heen en steek via de Blauwbrug de Amstel over. Ga meteen rechtsaf en zoek naar de goed verborgen herten, in een bos, op het pand van nummer 162.

4. Loop door tot aan de Munt en vervolg uw weg langs het Singel. Sla ter hoogte van de Paleisstraat linksaf, de brug over, naar de Gasthuismolensteeg. 

U nadert nu het hertachtigste deel van de stad. Eerst door de Hertenst…ehh…Hartenstraat en dan door de Reestraat. Sla linksaf, loop een meter of vijftig en zoek vanaf hier naar de zes opeenvolgende herten die herinneren aan brouwerij ‘Het Rode Hert’ die hier ooit zat.

5. Loop door en steek via de eerstvolgende brug de Prinsengracht over. Ga nu weer rechts en nog voor de eerste zijstraat kom je een eland tegen (ook uit de familie der hertachtigen!).

6. Nu is het nog een kwartier wandelen naar de laatste herten van de stad. Loop de Prinsengracht uit, helemaal tot aan de Brouwersgracht. Sla linksaf, en loop richting het bruggetje, en kijk ondertussen alvast naar rechts. Daar, aan de overkant van het water, vind je de mooiste herten van de stad!

Vanaf hier loop je in een kwartiertje weer naar Centraal Station, het startpunt van deze tocht.

Liever echte loslopende Amsterdamse herten zien?

In de Amsterdamse Waterleidingduinen kun je echte damherten tegenkomen: er lopen er duizenden rond. Ecoloog Sterrin Smalbrugge geeft tips: “Herten zijn prooidieren, dus bij het minste of geringste gaan ze ervandoor. Draag geen opvallende kleding, kies voor donkere tinten. Ga niet als een malle rondstampen en fluister. Doe geen parfum op, want als de wind hun kant op staat, ruiken herten je van ver. Besteed aandacht aan de sporen, bijvoorbeeld uitwerpselen en pootafdrukken. En herten schuren vaak met hun gewei langs de bomen, en laten daar afdrukken achter. O, en neem een verrekijker mee. Dat is sowieso handig, want er komen niet alleen damherten voor, maar ook vossen, konijnen en bijzondere vogels.”

De Amsterdamse Waterleidingduinen: dagelijks van zonsopgang tot zonsondergang geopend. Honden niet toegestaan. Toegang vanaf 18 jaar: €1,50.

Geplaatst in Geen categorie | 15 reacties

De Stegenman

Steegjes en gangen zónder naambordje in ónze binnenstad? Jazeker. In Amsterdam bleek het te stikken van de naambordloze stegen. Op een mooie Amsterdamse uitgaansnacht vond ‘De Mokumse Stegenman’ zo’n weggemoffeld steegje zonder naam. Deels dankzij hem, pronken er nu bordjes met historische namen bij oeroude stegen, gangen en sloppen. U vindt die oude stegen, gangen en sloppen – plus foto’s en interessante informatie – op onze interactieve digitale kaart. Gaat dat zien!

Beste Amsterdammers, onder ons bevindt zich een bevlogen man. Een man met liefde voor de geschiedenis van onze stad, Mokumer in hart en nieren. In dit verhaal wil hij graag ‘De Stegenman’ worden genoemd, want, zo zegt hij: “Het gaat niet om mij, maar om de stegen, gangen en sloppen van weleer.” De Stegenman droeg bij aan een gemeentelijke inventarisatie van Amsterdamse stegen en gangen en zorgde ervoor dat circa 100 steegjes en gangen een straatnaambordje met de oude naam kregen. “Als je erfgoed benoemt, dan verdwijnt het tenminste niet”, vindt hij. En zo is dat! Nog niet zo lang geleden werd dat laatste straatnaambordje opgehangen. Viel het u al op? De straatnaambordjes bij oude stegen en gangen met de historische namen zijn wit met blauwe letters.

Oeroude doodlopende Amsterdamse steegjes

We beginnen even bij het begin. We hebben het hier over oeroude doodlopende Amsterdamse steegjes, ook wel gangen of sloppen genoemd. Sommige steegjes, sloppen en gangen ontstonden al in de middeleeuwen. Dat waren bijvoorbeeld toegangsweggetjes naar het binnenterrein achter de huizen waar kleine huisjes, moestuinen en stallen waren. Soms ging het om paadjes die bedoeld waren om huizen tegen overslaande brand te beschermen (brandgangen). Ook waren er ‘achterommetjes’ naar een eigen schuur of loods. Steegjes overal dus. Aan het eind van de 19e eeuw groeide de Amsterdamse bevolking explosief, en werden veel van deze gangen en stegen bebouwd met kleine huurwoninkjes. Dat waren de sloppen in de Jordaan.

Ooit ruim 1.300 gangen

Oude stegen en gangen komen in de hele stad voor: aan de Oudezijds Voorburgwal, het Rokin, de Herengracht, Zeedijk, Binnen Brouwersstraat, Nieuwendijk, Spuistraat, et cetera! De steegjes hadden namen als Klapmutssteeg, Tabaksstampersgang, Kamelengang, Ossenspooksteeg, Katersteeg, Prutgang of Prinsenliefhebbersgang. What’s in a name. In de afgelopen decennia verdwenen er hónderden gangen. Vele oude steegnamen werden vergeten. Van de ooit ruim 1.300 steegjes, zijn nu nog zo´n 300 gangen inclusief hofjes over. Daarnaast telden we ruim 100 achterommetjes (of poorten) naast eind 19e/begin 20e-eeuwse panden. Die overgebleven gangen en stegen vindt u niet gemakkelijk. Misschien ziet u weleens een met graffiti ondergespoten deur, een vervallen hekwerk, of een fraaie poort. Nou, daarachter kan dus zo’n oud weggemoffeld steegje lopen.

En op een mooie Amsterdamse uitgaansnacht, vond de Stegenman zo’n weggemoffeld steegje…

Een ouderwets avondje stappen

De Stegenman vertelt: “In mijn jonge jaren studeerde ik geschiedenis. Ook had ik een geweldig bijbaantje: ik deed telefoonwerk voor de Amsterdamse reinigers. Hartstikke leuk. In die tijd kwam ik tijdens een ouderwets avondje stappen in het afvoerputje van het uitgaansleven terecht: bar San Francisco in de Warmoesstraat. Op een gegeven moment moest ik naar de wc. In de gang waar de wc zat, stond een deur open: de nooduitgang. Ik stak mijn hoofd om de hoek van die open deur, en ik kon mijn ogen niet geloven! Daar lag een spannend, donker afgesloten steegje, mét een brug. Ik vroeg mij af: hoe kan het zijn dat dit prachtige plekje is afgesloten, en dus niet door iedereen is te zien?!”

De Spooksteeg
“Ik sprak erover met mijn collega’s van de reiniging. Het bleek ´De Spooksteeg´ te zijn. Het was een steegje dat vanuit het oogpunt van openbare orde dichtging in de jaren ’90. Wat zonde, vond ik. Mijn collega’s wisten mij aan een gemeentelijke lijst uit 1960 te helpen: een lijst met stegen en gangen die in die tijd bekend waren. Het bleek dat er sinds het opstellen van die lijst wel zo’n driekwart van de stegen en gangen verdwenen waren. Meer dan een jaar lang verdiepte ik mij in die oude Amsterdamse stegen. Een fascinerende wereld. Het management Openbare Ruimte van stadsdeel Centrum vroeg mij om een inventarisatie van afgesloten stegen in de stad te maken. En dat deed ik. Een jaar lang zocht en vónd ik stadse verborgen steegjes. Alles wat er maar aan tekst of archiefmateriaal over gangen en stegen was te vinden, las ik.”

Grafkist in het Frans

“Interessante dingen kwam ik te weten. Zo heb je de ´Drie Roemersgang´ aan de Rozenstraat. Ooit stond daar het landhuis van de steenrijke familie Van Bassen, toen nog buiten de stad gelegen. De familie Van Bassen had haar hoofdwoning aan het Damrak. Daar waren in een gevelsteen ‘de Drie Roemers’ weergegeven. Roemers zijn sjieke wijnglazen uit die tijd. Afijn, dat landhuis verdween, de naam bleef bestaan. Je hebt ‘het Mooresteegje’ aan het Rokin, vernoemd naar de 17e-eeuwse tabakshandelaar Bartholomeus Moor. Die steegnaam verwees dus niet naar de islamitische bevolking van het middeleeuwse Spanje. Het stadhuis houdt de vlasbewerkers in herinnering en noemde de openbare Stopera-straat ‘de Vlasgang’. Een middeleeuws aandoend kronkelig steegje aan de Amstel heet: ‘Coffer de Moorsgang’. Dat betekent (ongeveer dan) grafkist in het Frans. In die steeg werden ooit dus grafkisten in elkaar getimmerd. De grafkisten werden met een lichaam erin naar een laatste rustplaats vervoerd. Je hebt ook ‘de Buissteeg’ aan het Singel. Daar zit namelijk een gevelsteen in nummer 360 met de tekst: De Vergulde Haringbuys. Haringbuys? Dat was een groot schip waarop haringen werden gekaakt op het moment dat ze binnen werden gehaald.”

Oudste straatnaambordje van Amsterdam

“Straatnamen ontstonden vroeger in de volksmond. Het oudste gebeitelde straatnaambordje van onze stad, vind je op het 17e-eeuwse Huis aan de Drie Grachten aan de Oudezijds Voorburgwal 249. Een gevelsteen op het huis draagt de naam ‘Fluwelen Burgwal’. De eerste gemeentelijke straatnaambordjes op houten latten werden vanaf 1795 geplaatst op de hoofdstraten en grachten. Zo na 1860 kwamen de bekende Amsterdamse blauwe emaillen straatnaamborden met witte letters. Maar steegjes en gangen kregen bijna nooit een straatnaambordje. En zo verdwenen ze dus vaak geruisloos uit het geheugen en het straatbeeld. Gelukkig stonden namen van gangen vaak wél vermeld op gemeentelijke stadskaarten. Daar hadden we dus wat aan! Die Amsterdamse gangen en steegjes die er nog zijn, worden nu met hun straatnaambordje erkend en gewaardeerd als belangrijk onderdeel van het cultureel erfgoed van Amsterdam. En daar ging het mij nou allemaal om.”

Dit is een artikel van amsterdam.nl

Meer lezen: https://www.amsterdam.nl/kunst-cultuur/monumenten/

Geplaatst in Geen categorie | 21 reacties

Trots op mijn buren, trots op mijn buurt

In de zomer hebben mijn buren de muren van een drietal schuurtjes schoongemaakt en opnieuw wit geschilderd. In de nazomer maakt mijn buurvrouw Debbie een prachtige muurschildering op deze schuurtjes. Wij hebben allemaal overlast van de kamerverhuurbedrijven naast ons. Zwerfvuil en drugsoverlast door de kamerverhuurbedrijven blijft een gedeelde ergernis. Maar er is ook positief nieuws. Nieuwe en oude bewoners trekken gezamenlijk op om Kantershof schoon, groen en mooi te maken. 

Terwijl ik bewonderend naar het schilderwerk van buurvrouw Debbie kijk vraag ik haar of zij op de muur van mijn woning ook een mural wil maken. Samen bekijken we de grote gevelwand. En samen concluderen we dat de muur eerst schoon gemaakt moet worden. Terwijl Bradley uit Kantershof mijn ramen aan het lappen is vraag ik hem meteen of hij dat kan doen. En jawel, binnen een week staat Bradley met een maatje mijn muur te poetsen. Netjes, voorzichtig en zorgvuldig wordt alle aangekoekte rommel weggehaald. En binnen een paar uur is de muur schoon alsof hij net nieuw geschilderd is. 

Dan komt de volgende stap. Buurvrouw Debbie is niet alleen. Zij is onderdeel van het Kunstcollectief ‘de Repjes’. Een ontwerp wordt gemaakt. Een werkplan wordt bedacht. De wijkschilder stelt een rolsteiger ter beschikking. En binnen een dag heeft Kunstcollectief ‘de Repjes’ een prachtige vogelvlucht op mijn muur geschilderd. 

Toevallige voorbijgangers prijzen het werk. Maar andere buren worden ook enthousiast. Voor 2 huisnummers ligt er nu een aanvraag om ook een mural te maken. 

Trots op mijn buren en op mijn buurt. Samen worden plannen en ideeën ontwikkeld. Nieuwe contacten worden gelegd. En het blijft niet alleen bij praten. Maar er worden ook dingen gedaan. Die hopelijk voor iedereen een verrijking zijn van het wonen en werken in Kantershof. Trots op mijn buren en mijn buurt! 

Geplaatst in Geen categorie | 26 reacties

Nummer 61 of 62?

Enige tijd terug kregen wij het bericht dat er in en bij huisnummer 61 filmopnames worden gemaakt. Na alle vervelende berichten over drugsmoorden en ripdeals in de omgeving wordt er nu een tv-serie gemaakt over de drugswereld in mijn eigen woonwijk? De hele omgeving werd afgezet. Parkeerplaatsen en de stoep werden afgezet met de bekende rood-witte linten zoals de Politie die ook gebruikt bij hun onderzoeken.

Omdat de hoofdrolspeelster Corona heeft gekregen is er uiteindelijk (nog) niet gefilmd.

Eerlijkheidshalve heb ik vooral een positieve indruk van de bewoners van huisnummer 61! En zie ik geen zichtbare drugs criminaliteit in mijn woonwijk.

Bij mijn wekelijkse rondje in de straat verzamel ik het zwerfvuil. En telkens weer valt het mij op dat naast huisnummer 62 allerlei attributen liggen van drugsgebruik. De resten van gerookte joints, wietzakjes, wikkels van cocaïne, ballonnetjes en ampullen van lachgas, noem het maar op. De oorspronkelijke bewoners van huisnummer 62 zijn jaren terug verdwenen. De huidige bewoners blijven vaag. Wel is duidelijk dat er steeds weer andere mensen in en uitlopen. En of het nu bewoners of bezoekers zijn is mij onbekend.

Nummer 61 heeft in mijn ogen niets met (drugs-)criminaliteit te maken. Bij nummer 62 heb ik zo mijn bedenkingen …

Geplaatst in Geen categorie | 10 reacties

Een bekentenis

Om goed onderwijsbeleid te ontwikkelen heb ik altijd in hokjes gedacht. Wat is de achtergrond van de leerling wilde ik weten. Hierop aansluitend vraag ik dit ook aan de leerlingen. Terwijl juist die vraag meer en meer als zeer kwetsend wordt ervaren door de leerlingen.

In mijn lessen zeg ik tegen de leerlingen dat hoe je eruit ziet het kadootje is van je ouders. Maar wat je doet en wie je bent altijd je eigen keuze is.

Bij het beoordelen van mensen en dus ook kinderen wordt er jammer genoeg eerst naar het uiterlijk gekeken. En daarvoor komt vaak de familienaam eerst tevoorschijn. Het uiterlijk en ook de familienaam zegt iets over de ouders. Vervelend genoeg zitten daar vaak ook nog eens vooroordelen aan vast.

Terwijl elk kind juist onbevangen aan zijn eigen levenspad moet kunnen beginnen. Het uiterlijk en/of de naam mag daar nooit een belemmering in zijn.

Nederland is altijd een immigratieland en/of remigratieland geweest. Vaak zijn de steden hierin een tussenstation. Maar die steden zijn vaak ook een plek waar nieuwe mensen zich vestigen om te blijven. Aan het uiterlijk of de naam is al lang niet meer te ontdekken of het een eerste, tweede, derde of zoveelste generatie is.

De vraag: “Waar kom je vandaan?” is dan ook vooral een kwetsende vraag …

Toen de moeder van mijn buurmeisje dit vertelde kwam dat goed bij mij binnen. Hokjes denken mag niet meer. Elk kind moet bekeken worden naar wie het is en wat het kind doet. Vandaar deze bekentenis.  

Geplaatst in Kinderen, Onderwijs, persoonlijk, Politiek | Tags: , , | 27 reacties

Sinterklaasavond

Jan Steen schildert voor ons een pakjesavond met vreugde en verdriet, maar Sinterklaasgedichten zoals wij die kennen, met grappige cadeau-aanbiedingen en plagerige opmerkingen waren er in de zeventiende eeuw nog niet. De zeer schaarse Sint-Nicolaasgedichten gaan niet over geschenken, maar over huwelijksaanzoeken. De heilige Nicolaus heeft ooit aan drie arme meisjes een bruidsschat gegeven – of eigenlijk: naar binnen gestrooid – om hen van de prostitutie te redden en daarom is de ‘koekvrijer’ een populaire speculaaspop. Aan de gegevens die Schotel daarover publiceerde in zijn Het Oud-Hollandsch huisgezin der zeventiende eeuw van 1867 valt weinig toe te voegen. Des te mooier is het dat er wel een soort verlanglijstje uit 1631 bewaard is. Een inventaris van Sinterklaasgeschenken, die een idee geeft van wat kinderen toen in hun schoen kregen — de Intertoysfolder van drie eeuwen geleden.

Die opsomming staat in de Boertighe clucht van Sr. Groengeel door Abraham van Mildert. Zoals veel kluchten staat dit werk vol merkwaardige uitdrukkingen. Wat is het Woordenboek der Nederlandsche Taal toch een zegen!
De hoofdpersoon is Singjeur Groengeel, maar het spel begint met een kijvend echtpaar: Jannetje en Goossen. Haar broer is gestorven, en hoewel Goossen zich niet graag in een sterfhuis begeeft laat hij zich overhalen met de belofte dat daar een glaasje wijn zal worden geschonken. Naar aanleiding van dit sterfgeval komt het gesprek op de kinderwens van Jannetje. Het is een zingende klucht, de eerste verzen eindigen op ‘fa la’ of ‘hu hu’ al naar gelang de toonsoort van hun zang. Goossen doet even alsof hij op het toneel al een kind wil gaan maken, maar meteen blijkt de zorg voor een zuigeling hem af te schrikken:

Jannetje. Ons gheslacht dat gaet wel mind’ren, hu, hu.
Goossen. Wel waerom? Jannetje. Jy maeckt gien kind’ren. Goossen. Hu, hu,
Ick sel myn best doen sit een beetje neer, fa, la, la.
Jannetje. Wacht dat wy t’huys komen, doetet dan te meer. Beiden. fa, la,
Goossen. Jannetje laet ick niet haestich vryen. Jannetje. Hu, hu.
Ja wel Jan droogher hoe keunjet lyen. Goossen. Hu, hu.
Jannetje. Jy Nar en Sot. Goossen. Nou, nou, ick sel het doen. Jannetje. la, dra.
Koop is koop, komt langhtme ras ien soen. Samen. fa, la.
Goossen. Sellen de Keyers oock kacken, of krijten? Jannetje. Hu, hu.
(vs. 9-17)

Jannetje reageert verontwaardigd:

Jannetje. Wel hebje jou leven van sulck verwijten! Goossen. Hu, hu,
Iannetje. Wie moyt het anders, seght eens als de Vrou? Goossen. fa, la, la,
Iannetje. Ick moetse veghen, plompert weetjet nou. Goossen. fa, la, dra.
                                                                                    (vs. 18-20)

Voor haar een reden om te eisen dat hij ophoudt met kroeglopen en dat hij haar werk overneemt: zij bakt appelflensjes die door tout Amsterdam als een delicatesse worden gewaardeerd. Ondanks al zijn uitvluchten gaat zij er zingend vandoor, hem acherlatend met pan en beslag:

                Ick heb mijn Man de Pot bevoolen, hy, hy, hy, soo ras,
                Hy sit en backt op hiete koolen, wel, wel, na mijn pas,
                Icker de Man, hy de Vrou,
                ’k Hebber de Broeck an, jou, jou, jou.
                                                                                    (vs. 102-105)

Goossen krijgt zowaar klanten, ook Singjeur Groengeel waardeert zijn gebak. Deze Groningse edelman ergert zich groen en geel (ik kan die uitdrukking overigens niet vinden in een zeventiende-eeuwse bron) als men hem niet met ‘Singjeur’ aanspreekt. Hij eet appelkoekjes, laat zich door een kwakzalver ook nog kruiden verkopen, maar als hij door een stel ongure types Groengeel wordt genoemd, zonder Singjeur, krijgt hij een woede-aanval. Ze maken hem dan wijs dat hij dood is. Om hem heen valt iedereen schijnheilig op de knieën om voor zijn zieleheil te bidden, en zelf komt hij ook nog overeind om te verzoeken dat hij niet in het vagevuur zal hoeven te branden. Dat verzoek richt hij tot niemand minder dan Sinterklaas, en hij kleedt het op een bijzonder komische manier in. Zelden heeft een dode zo een mooie opsomming voorgedragen:

Groen-geel bidt en zy alleghelijck op haer knien, de handen t’samen.
O wonderlijcke, ende milt-ghevende Sinter Nicolaes,
Laet me deur dit bitter suyr onlijdelijcke sterven
Mijn alderleste bidden duer je goetheydt verwerven.
Jy geeft de kinders wel suycker, koeck, vyghe, gersijne,
Corente, ap’le, peere, neuten, dalen, carstanje, lamoene:
Oly-koecken, deuve-katers, eert-dakers, wafels, yser Koeckjens,
Kraeckelinghe, Corfjens, Meuletjens, schoor-steentjens, schapraeytjes,
Kevetjes, stoeltjes, bakermatjes, luyermantjens, soutvaetjes:
Kaers Laetjens, kisjens, betsteetjens, kackstoeltjens, doosjens,
Scherfbortjens, stoofjes, tafeltjes, preeck stoeltjens, spiegeltjes,
Borsteltjens, schilderijtjens, wiechjens, wagetjens, Boeckjens.
Beddetjens, kussentjens, brantysertjens, stulpjes, bakermatjes,
Snuytertjens, schoteltjens, kannetjens, pannetjens, pispotjens,
Braertspitjens, schopjens, tangetjens, mesjens, commetjens,
Potjens, teemsjens, vingerhoetjens, hartjens, koockertjens, sleuteltjens,
Veeltjens, trommeltjes, fluytjens, slangetjes, schaepjes,
Beed-Boeckjens, Osjens boe, Hontjens, Koetjens, Kalfjens,
Paertjens, Besemtjens, Ringetjens, Poppetjens, Mannetjens.
Vrouwtjes, vogeltjens, kolfjens, balletjens, roertjens, rapiertjens.
Pongiaertjes, riemtjes, beursjes, en mier sulkcke poppe-goet siet
Daer ic arme S. Groen-geel in 6 Jaer van heb e kregen niet,
Ja qualijck om u gedocht, ick laet staen toe ghesproocken,
Met bidde, noch smeecke, je hooft sier e daen, of ghebroocken,
Daerom goede Sinter Nicolaes, verhoort doch mildelijck mijn bidden hier,
Verlost my na de doot knapjens uyt het Vagevyer:
(vs. 313-337)

Groengeel ondersteunt zijn verzoek met een loze belofte:

                Och! laet ick niet verbrande, ick beloofie dan te laten maecke,
                Een was kaers, soo groot datse an de Haen van Jan rooms toorn sel raecke.
Mans-hooft.  S. Groen-geel, waer wouie sulcke kaers krijgen? hebie van al ie leven.
Groen-geel.   Swijght dit lutticke schellempie, as icker uyt bin, soo wil hem niet een bruy gheven:
                Barmhertige Sinter Nicolaes, doet na mijn bidden, in uwe handen beveel ick mijn uyterste noodt.
Sy roepen alle ghelijck.
                Och ! och! oye! oye! S. Groen-geel is doodt, S. Groen-geel is doodt, is doodt.
Sy singhen alle ghelijcke.
                S. Groen-geel is doot, wy sellen hem gaen legge
                In een houte-kist, jy moetet niemant seggen, Gerridon,
                Gerridon dom deyne Gerridon &c.
                                                                                        (vs. 338-345)

Om Groengeels dood te constateren heeft Mans-hooft geen dokter nodig:

Mans-hooft. Mannen is hy oock doot, binjyt versekert, of ist maer praet?
Goossen. Vrees jy daer veur Mans-hooft, ick weet goedt raedt,
                Ick wil hem de mont stoppen, en jy selt hem de neers begapen,
                Voelie dan noch asem, soo roept wapen, wapen.
Mans-hooft  Dat mocht de duycker doen, is hy dan doodt.  Goossen. Ja hy ist.
                Een doodt kleedt om sen lijf, com nou, hy so mannen ghelijck, daer leydt hy in de Kist.
                                                                                              (vs. 346-351)

Rond de kist ontstaat spontaan een vreugdedans: de gierige snob is dood. De vrouw van Groengeel, die een hardwerkende (vs. 439) en bijbelvaste (vs. 443) prostituée is, komt op en deelt in deze feestvreugde. Het meest hilarische moment is als Groengeel woedend uit zijn kist verrijst omdat over hem gesproken wordt zonder de titel Singjeur. Jannetje bedenkt dan een prachtige smoes: niet zij hebben gedanst om de kist van Groen-geel. Dat is in de andere wereld, het hiernamaals gebeurd:

Jannetje. Wil ickje wat segghen, mijn eyghen Monsieur Groen-geel, Singieur, Singieur,
                Wy sinnen het niet e weest, jy hebt onrechte luy veur:
                Dat moet in de are werrelt e weest hebben, of int Vaghevyer
                Daerse dat e daen hebben, daerom soo maeckt gien ghetier:
                Wy waren allegaer soo droevich, dat Singieur was e sturven,
                Dat we niet te stillen waren, en zeyden nu sinnen wy hielendal bedurven!
                                                                                              (vs. 503-508)

Ton Harmsen vindt na de namenlijst in Oculare Biesheuvel dit Sinterklaasgebed de mooiste enumeratio in de Nederlandse literatuur die hij kent. Boertighe clucht: van Sr.. Groengeel door Abraham van Mildert (Amsterdam, 1631) is te lezen bij Ceneton.

Het oudste Sinterklaasverlanglijstje

Geplaatst in Kinderen, Onderwijs, persoonlijk, Politiek | Tags: , , | 10 reacties

Kunstgras en een klein bosje

Bij de basisschool “de Schakel” planten de leerlingen een klein bosje. Ter grootte van een tennisveld (circa 250 m2 ) staan nu uitsluitend inheemse bomen en struiken. De bedoeling is dat er geen onderhoud nodig is. De natuur mag hier dus zelf haar gang gaan. Zo’n minibosje wordt op heel veel plekken met de naam ‘Tiny Forest’ genoemd.

Bij de basisschool “Samenspel” is voor iets anders gekozen. Het schoolplein van deze basisschool beslaat zo’n 150m X 100 m met stoeptegels. De monumentale boom in het midden is een paar jaar geleden omgehakt. En de boomhakker heeft een grapje uitgehaald. Het restant van de boomstronk is in de vorm van een grote stoel gezaagd.

Bij mijn laatste wandeling over het schoolplein ontdekte ik nog iets nieuws. Er zijn een paar speel attributen aangelegd. En onder die nieuwe speeltjes ligt zo’n 25m kunstgras …

Een bosje formaat tennisveld maakt op mij geen indruk. Maar kunstgras roept bij mij vooral weerzin op.

Rondom de basisschool werken de bewoners aan een Bloemenlint met inheemse planten. Dit Bloemenlint is onderdeel van het Voedselbos Amsterdam-ZuidOost. Afgelopen najaar zijn er zelfs naast de school een vijftal perenbomen aangeplant. Vanuit de woonwijk is er gevraagd om ruimte voor een moestuin. Ikzelf zie daar graag een openbare kruidentuin bij verschijnen.

Jaren terug mocht ik als bestuurder een van de twee schoolgebouwen van “Samenspel” opnieuw openen na een verbouwing. In het kader van de ‘Brede School’ is er toen een geheel vernieuwde keuken in de school gemaakt. Een moestuin en kruidentuin op het schoolplein past daar volgens mij prima bij.

Mijn opmerking is dan ook tegels eruit!

En ook het kunstgras mag van mij verdwijnen …  

Geplaatst in Amsterdam, Biologie, eten en drinken, gezondheid, Kinderen, Natuur, Onderwijs, persoonlijk, Politiek | Tags: , , , , , , | 16 reacties

Wi Eegi Kerki

De Hernhutters, u heeft er misschien wel eens van gehoord. Zo niet, zegt de Evangelische Broedergemeenschap (Unitas Fratrum) u wellicht wel iets. In Nederland is het een geloofsgemeenschap van bescheiden formaat, in Duitsland is dit wel anders. Wie zijn deze mensen eigenlijk?

De Evangelische Broedergemeente waarvan de leden ook wel de Hernhutters of de Moravische broeders worden genoemd, is een piëtistische opwekkingsbeweging die we met name kennen uit de eerste helft van de achttiende eeuw. Met name, omdat het eigenlijk een voortzetting was van een kleine groep gelovigen uit Tsjechië die was geïnspireerd door Jan Hus. Deze groep, die zich terugtrok in Oost-Bohemen, verzette zich tegen de kerk van Rome. In 1467 kozen zij eigen voorgangers en namen zij de priesterwijding van de Waldenzen over. Ze leken behoorlijk veel op de Puriteinen, die in Engeland de Anglicaanse kerk van binnen en buiten probeerden te hervormen.

Deze broedergemeente, die in Bohemen en Moravië (het huidige Tsjechië) een kwijnend bestaan leidde, zonder voorgangers of enig kerkelijk verband, werd omstreeks 1720 opnieuw wakker geschud door Piëtisten, die uit het Duitse grensgebied kwamen en van hun geloofsleven getuigenis aflegden.

Herrnhut

De Evangelische Broedergemeente werd in 1722 gesticht op het landgoed Mittelberthelsdorf van Nikolaus von Zinzendorf. Op dit landgoed in Oost-Saksen werd de nederzetting Herrnhut gesticht, waar zich piëtistische leden van de broederschappen vestigden. Deze baseerden zich op het gedachtegoed van de hussieten en verschillende piëtistische ideeën. Vanaf het einde van de zestiende eeuw stonden deze broederschappen onder groeiende invloed van het Calvinisme. Mittelberthelsdorf bestaat nog steeds, het is nu een wijk van de stad Herrnhut.

Omdat de geloofsbelijdenis van de Hernhutters niet geheel overeenkwam met de door de lutherse, katholieke of andere door de overheid aanvaarde belijdenis, waren de leden van de broedergemeenten vaak mikpunt van uitsluiting en soms ook vervolging. Niet alleen de kerk van Rome vervolgde afwijkende geloofsgemeenschappen, ook de bewegingen rondom de Reformatie waren vaak niet zo tolerant.

De drijvende kracht achter de Evangelische Broedergemeente was de al eerder genoemde Nikolaus Ludwig Graf von Zinzendorf (1700-1760). Von Zinzendorf maakte vele reizen door Europa ter verspreiding van het Evangelie. Hij stelde zijn beweging “unter des Herrn Hut” (“onder de hoede van de Heer”), hier komt dan ook de bekendste naam van deze beweging vandaan. Von Zinzendorf wilde weg van de verschillende interpretaties en discussies over dogmatische geloofspunten en wilde terug naar een levend en oprecht geloof in Jezus Christus.

In de spiritualiteit en liturgie van de Broedergemeente is de rol van muziek bijzonder groot. Binnen de Broedergemeentes is de saamhorigheid erg groot, er zijn veel gemeenschappelijke activiteiten en Bijbelstudies. De Bijbel wordt centraal gesteld, en als leidraad gebruikt in de gemeenteopbouw.

Om ook in Indië het Evangelie te kunnen brengen, vestigden de Hernhutters zich sinds 1734 in Nederland, omdat hiervandaan simpelweg de meeste schepen naar Indië voeren. Hier kwamen ze ook in aanraking met doopsgezinden, die zich tot de Broedergemeente aangetrokken voelden. Toen Zinzendorf zelf in 1736 ook naar Nederland kwam, sloten deze doopsgezinden zich bij de Broedergemeente aan. Zij maakten het mogelijk dat de Broedergemeente zich in Zeist kon vestigen en gingen er zelf ook wonen. Vanaf 1738 waren er vaste gemeenschappen of gezelschappen. Er kwam zelfs een gemeentehuis in ‘s-Heerendijk, even buiten IJsselstein. Jacob Schellinger, een Amsterdamse koopman, liet het huis bouwen, op verzoek van de Prinses-Douairière Maria-Louise, weduwe van Jan Willem Friso. De baronie IJsselstein hoorde bij het bezit van de Oranjes.

Het huis was in hoofdzaak bedoeld als logeerverblijf voor doortrekkende zendelingen. Ze zochten later een plaats met meer ruimte en vrijheid. Cornelis Schellinger, de broer van de eerder genoemde Jacob, kocht de heerlijkheid Zeist, waar in 1746 op het Slot een grote synode van de Broedergemeente werd gehouden. In de volgende jaren werd een nieuwe nederzetting gebouwd op de grasvelden voor het Slot. Eerst het Broederhuis en het Zusterhuis, daarna werden door gemeenteleden de andere huizen gerealiseerd. In 1967 woedde er een grote brand in het Broederhuis. Inmiddels is deze weer in volle glorie hersteld. Mocht u zich wat meer willen verdiepen in de Broedergemeente, is een bezoek zeker aan te raden.

De Hernhutters zijn in Europa verdeeld over verschillende landen, waaronder Tsjechië, Groot-Brittannië, Duitsland, Nederland, Zwitserland, Denemarken, Zweden, Estland, Letland en Albanië. De grootste gemeenschappen zijn te vinden in Nederland en Duitsland.

Via mijn Surinaamse buren ben ik in contact gekomen met deze kerk. In Suriname hebben de Hernhutters veel scholen opgericht. Ook in de Bijlmermeer is er een hechte band tussen Wi Eegi Kerki en de basisschool Crescendo. Waar anderen kerken leeg lopen. En waar andere kerkgebouwen een andere bestemming krijgen heeft De Surinaamse gemeenschap in de Bijlmermeer een eigen nieuwe kerk gebouwd.

https://historiek.net/evangelische-broedergemeente-en-de-hernhutters/131334/

 

Geplaatst in Amsterdam | Tags: , , | 17 reacties

Kennis der Natuur

In mijn jeugd leerde ik van mij ouders verschillende inheemse planten en dieren. Tijdens mij opleiding kwamen daar vooral veel gekweekte planten bij. Vooral cultuur variëteiten en hybriden moest ik leren. Inheemse planten of dieren waren van minder belang. Dieren, vooral insecten waren onderdeel van de lessen plantenziekten. Zoals ook bacteriën en schimmels als meestal schadelijk werden bekeken. Chemische bestrijdingsmiddelen leerde ik toen nog als de oplossing. Insecten, bacteriën en schimmels moesten vooral dood gespoten worden.

Wandelend door een botanische tuin komen veel plantennamen weer tevoorschijn. Maar als ik in een tuincentrum kom is die herkenning weer verdwenen. De tuincentra zijn nu vooral op impulsverkoop gericht. En de planten die nu worden aangeboden zijn voor mij nieuw, onbekend, maar vooral gekweekt en/of exotisch.

Actuele maatschappelijke en politieke discussies over de Klimaat Crisis en biodiversiteit lijken heel ver weg te zijn.

Maar feitelijk liggen deze discussies naast de deur.

Als onderdeel van het Voedselbos Amsterdam-ZuidOost zijn een aantal bewoners een Bloemenlint aan het maken. Een insectenhotel is ook al gebouwd.

En dan komt mijn gebrek aan Kennis de Natuur tevoorschijn. Inheemse kruiden heb ik vooral als onkruid geleerd. Met wieden, schoffelen en chemische bestrijding moest ik de inheemse kruiden verwijderen, bestrijden en verdelgen. Met een torretje, kever, bij of vlinder is mijn woordenschat voor insecten al snel benoemd.

De wisselwerking tussen bacteriën en schimmels zie ik nu vooral in de compostering van het Wormenhotel in de straat.

En zo leer ik op mijn oude dag toch iets over de Natuur in ons land.

De Ecologische Hoofdstructuur en het Natuur Netwerk Nederland ligt naast mijn woonwijk. Maar dat is nog niet bij iedereen bekend. De onderwerpen van het nieuws worden door mijn buren, de ambtenaren, groen aannemers, bestuurders en politici vooral als een ver van hun bed show of abstracte onderwerpen bekeken. Geheel begrijpelijk als je willekeurig om je heen kijkt.

Hoeveel Kennis van de Nederlandse Natuur hebben jullie ???

Geplaatst in Amsterdam, Biologie, eten en drinken, gezondheid, Kinderen, Natuur, Onderwijs, persoonlijk, Politiek | Tags: , | 21 reacties