Feiten en fabels over het stikstofprobleem

De stikstofcrisis roept veel vragen op bij veel mensen. Hoe zit het precies? Hebben we alleen een stikstofprobleem in Nederland? Is stikstof niet juist belangrijk voor de natuur? En komt eigenlijk nog wel goed met onze natuur? Om antwoorden op deze en meer vragen te geven geeft het WWF een aantal feiten en fabels:

1. De natuur heeft geen last van het stikstofoverschot, we krijgen alleen andere planten

NIET WAAR

Door veel stikstof krijgen we inderdaad meer planten die van stikstof houden, zoals bramen, brandnetels en grassen. Deze planten groeien goed door stikstof (stikstofminnend) en hebben nu een voordeel ten opzichte van planten die juist weinig stikstof nodig hebben, zoals heideplanten.

De oorspronkelijke planten worden overwoekerd en dat heeft negatieve gevolgen. Niet alleen de diversiteit aan plantensoorten neemt af, maar ook diersoorten die van zulke planten afhankelijk zijn, zoals vlinders en wilde bijen. Ze kunnen bijvoorbeeld geen planten meer vinden die ze nodig hebben om te voeden, omdat die planten slechter groeien in de stikstofrijke bodem. De afname van insecten heeft ook tot gevolg dat er minder voedsel is voor insectenetende vogels en zoogdieren. Door dit soort kettingreacties gaat de biodiversiteit steeds verder achteruit.

2. De natuur heeft stikstof juist nodig

DEELS WAAR

Stikstof is een belangrijk bestandsdeel van bijvoorbeeld eiwitten en DNA, dus het is een noodzakelijk element voor al het leven op aarde. De lucht om ons heen bestaat voor 79% uit stikstofgas (N2). Mensen en dieren kunnen dit niet gebruiken, maar planten wel. 

Menselijke activiteiten hebben de natuurlijke stikstofkringloop verstoord, door onder andere het gebruik van kunstmest en krachtvoer, die worden geïmporteerd uit het buitenland. Doordat landbouwgewassen niet alle stikstof gebruiken, gaat veel stikstof naar de bodem, water en lucht.

Zo hebben de stikstofminnende planten weer voordeel, omdat zij sneller kunnen groeien dan andere planten. En dan raken we de belangrijke diversiteit van planten kwijt.

3. De natuur is veerkrachtig, het kan nog goedkomen

DEELS WAAR

We zullen alles op alles moeten zetten om natuur te kunnen laten herstellen. Uit onderzoek blijkt dat de kans op herstel voor sommige natuursoorten moeilijk of onmogelijk is, als de stikstofuitstoot niet zo snel mogelijk wordt teruggedrongen.

Voor natuurherstel is het vaak nodig dat het water- en bodemsysteem weer gezond is. Nederland werkt aan een netwerk van natuurgebieden (het Natuurnetwerk Nederland). Dit betekent dat er verbindingen worden gemaakt tussen natuurgebieden en dat er natuurinclusieve buffers ingericht worden om negatieve invloeden van buitenaf dempen.

4. Het stikstofprobleem speelt alleen in Nederland

NIET WAAR

In andere Europese landen zoals Duitsland, België en Italië staat het stikstofprobleem ook hoog op de agenda. Maar het probleem is niet zo groot als in Nederland.

Omdat de stikstofuitstoot grotendeels uit de veehouderij afkomstig is en we in Nederland de hoogste veedichtheid van Europa hebben, zijn de Nederlandse emissies van stikstof het hoogst van Europa. Ook wat betreft de stikstofneerslag is Nederland een hotspot in Europa. Hiervan komt een deel overwaaien vanuit het buitenland naar Nederland. Maar, Nederland ‘exporteert’ ongeveer vier keer zoveel stikstofuitstoot dan dat er vanuit het buitenland in Nederland terecht komt.

5. Het stikstofprobleem is er al jaren

WAAR

Het stikstofprobleem is niet nieuw, hoewel het nu pas vaak in het nieuws komt. Wetenschappers en deskundigen hebben de afgelopen jaren al gewaarschuwd voor de gevolgen van een overschot aan stikstof.

Toch heeft de overheid jarenlang niets of nauwelijks iets gedaan aan het tegengaan van stikstofuitstoot. Sterker nog, de overheid heeft in 2015 zelfs toegestaan dat nieuwe economische activiteiten zoals het bouwen van huizen, uitbreiden van stallen en aanleg van wegen mochten plaatsvinden. Hierbij nam de stikstofuitstoot toe, terwijl maatregelen om de stikstofuitstoot terug te dringen niet werden genomen of niet effectief waren. Daardoor is natuur verder verslechterd.

6. Er wordt alleen naar de landbouwsector gekeken om de stikstof te verminderen

NIET WAAR

Vanwege de aandacht voor de boeren in de media, lijkt het misschien dat alleen boeren maatregelen moeten nemen. Dat is niet het geval. Alle sectoren die stikstof uitstoten zoals verkeer en industrie moeten de stikstofuitstoot voor 2030 met de helft verminderen. De minister heeft de plannen voor de landbouwsector als eerste gepresenteerd. Die voor de andere sectoren worden eind dit jaar verwacht.

De landbouwsector is wel de grootste veroorzaker van de stikstofuitstoot. Bijna de helft van de stikstofneerslag op natuurgebieden (46%) is afkomstig uit de landbouw. Ruim 32% komt uit het buitenland, 6% vanuit wegverkeer en 1% uit de industrie.

7. Als boeren meer investeren in technische hulpmiddelen dan dragen ze ook voldoende bij

NIET WAAR

Technische maatregelen om stikstof te verminderen via bijvoorbeeld andere stalsystemen of luchtwassers blijken onvoldoende effectief en jagen boeren op kosten. Bovendien dragen deze technische oplossingen niet bij aan alle andere uitdagingen waar de landbouw voor staat, zoals schoon water, gezonde lucht, meer natuur en aanpak van het klimaatprobleem.

8. De boeren willen niet veranderen

NIET WAAR

Voor sommige boeren kwamen de maatregelen van het kabinet om de stikstofuitstoot in de landbouw met de helft te verminderen onverwacht. Zij zijn jarenlang gestimuleerd door adviseurs van grote veevoerbedrijven en banken om hun bedrijf uit te breiden en verder te intensiveren. Als gevolg van de noodzakelijke vermindering van de stikstofuitstoot zullen zij hun bedrijf moeten aanpassen, stoppen of verplaatsen.

Ook zijn er veel boeren die wel willen veranderen en verduurzamen, maar nog tegen allerlei drempels oplopen. Bijvoorbeeld door wet- en regelgeving of omdat zij grote financiële risico’s lopen. Ook die boeren willen graag meer duidelijkheid over hoe de overheid gaat helpen bij de omslag.

9. Voor de oplossing van het stikstofprobleem moeten we kijken naar de hele (voedselproductie-)keten

WAAR

Voor een landbouwsysteem dat gezond en duurzaam voedsel produceert in balans met natuur, hebben toeleverende bedrijven, handelaren, supermarkten, overheden en banken een grote rol. En de consument – wijzelf – dus ook.

De huidige manier van voedsel produceren is onhoudbaar geworden. Een groot deel van de landbouwgronden wordt gebruikt voor de productie van veevoer zoals soja en graan. Gewassen die we als mens prima zelf op kunnen eten zonder ze eerst aan dieren te voeren. Voor 1 kilo vlees wordt tot 9 kilo graan gebruikt.

10. Als veel boeren in Nederland moeten stoppen, komt onze voedselvoorziening in gevaar

NIET WAAR

Het grootste deel van de Nederlandse productie van vlees en zuivel wordt geëxporteerd: zo’n 70%. Een verkleining van de veestapel zal dus weinig effect hebben op de beschikbaarheid van voedsel in Nederland.

11. Het stikstofprobleem begint al in het buitenland bij sojaproducerende gebieden zoals de Cerrado en de Amazone

WAAR

De intensieve veehouderij in Nederland is afhankelijk van grote hoeveelheden geïmporteerd veevoer uit het buitenland zoals graan en soja. Om al het veevoer te produceren wordt heel veel landbouwgrond gebruikt, bijvoorbeeld in de Cerrado in Brazilië. In de Cerrado wordt zelfs nog steeds grootschalig natuur vernietigd om nog meer soja te verbouwen.

Meer dan 80% van de soja die naar Europa wordt verscheept is bestemd voor veevoer. Nederland staat in de top 5 EU-landen met meeste import-producten gelinkt aan ontbossing. Met duurzame oplossingen voor het stikstofprobleem kunnen we ook ontbossing tegengaan in sojaproducerende gebieden zoals de Cerrado en de Amazone.

Geplaatst in Geen categorie | 14 reacties

De Indonesische onafhankelijkheid

Op Wikipedia lees ik het volgende: De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (Indonesisch: Revolusi Nasional Indonesia) begon kort na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945, gevolgd door het uitroepen van de Republiek Indonesië op 17 augustus 1945, en eindigde met de overdracht van de soevereiniteit over de kolonie Nederlands-Indië (uitgezonderd Westelijk Nieuw-Guinea) door het Koninkrijk der Nederlanden aan de Verenigde Staten van Indonesië in december 1949. Met het in het leven roepen van die Verenigde staten van Indonesië werd echter slechts ten dele tegemoetgekomen aan de eisen van de opstandelingen die de volledige onafhankelijkheid hadden geproclameerd.

Op achtjarige leeftijd zag ik voor het eerst iemand uit Indonesië. Mijn moeder vertelde mij een verhaal van een Baboe die als aangenomen familielid mee naar Nederland is gekomen. En voor de kinderen in het gezin zorgt.

Van geschiedenislessen herinner ik mij vooral de VOC-mentaliteit zoals de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende deze gebruikte in zijn politieke debatten.

Via een schoolvriendje kom ik in aanraking met de Stichting Pelita. Pelita zet haar kennis en kunde over de zorg voor ouderen met een (oorlogs)achtergrond in Nederlands-Indië ook in ten behoeve van andere groepen ouderen met oorlogservaringen.

Uit de begintijd van GroenLinks herinner ik mij zeer heftige discussies tussen verschillende GroenLinks leden met wortels en achtergronden in de voormalige kolonie Nederlands-Indië. Heftige emoties kwamen naar boven in deze discussies.

Ik bezocht Westerbork. Waarna ik ontdekte dat alle voormalige kampen uit de Tweede Wereld Oorlog in Nederland gebruikt zijn om Molukse families op te vangen en te huisvesten. Treuriger kan niet in mijn ogen …

Later lees ik een boek over de nazaten van Ghanese militairen. Dienend en vechtend in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger hebben deze Ghanese militairen een leven en gezinnen in Azië opgebouwd. En na de onafhankelijkheid zijn deze gezinnen en families met Afrikaanse wortels vanuit Azië in Nederland (Europa) terecht gekomen. Vrijwillig/gedwongen over de wereld zwerven?

In de Bijlmermeer ontmoet ik Javanen en leer ik Saoto te waarderen. En ook hier blijkt het weer dat de koloniale geschiedenis van Nederland Nederlandse families met wortels in drie werelddelen voortbrengt. Van Azië via Zuid-Amerika in Nederland Europa terecht gekomen. Vrijwillig/gedwongen over de wereld zwerven?

Bij een bezoek aan Indonesië biedt onze Koning excuses aan de Indonesische bevolking.

En dit jaar wordt steeds duidelijker dat de eerder geroemde VOC-mentaliteit een zeer zwarte, donkere, lugubere en bloeddorstige werkelijkheid is geweest.

Ik eet mijn buik de wereld rond. En de Indonesische keuken vervult daarin een belangrijke rol. Maar de afschrikwekkende wijze waarop Nederland de bevolking van Indonesië heeft uitgebuit? Het boek Max Havelaar van Multatuli is wellicht een geromantiseerde weergave van de gruweldaden die nu steeds meer naar boven komen?

In onze Eerste en Tweede Kamer zitten democratisch gekozen politici. Waarvan een aantal roept en schreeuwt dat mensen met niet-Nederlandse achtergronden gedeporteerd moeten worden. Mag ik pleiten voor meer onderzoek naar de Nederlandse Geschiedenis? De handel en wandel van de Nederlandse Regering, bedrijven en Nederlanders heeft over de hele wereld nogal wat schandplekken veroorzaakt.

Geplaatst in Geen categorie | 20 reacties

Paddenstoelen van Tuintje van Adam

De lekkerste paddenstoelen worden bij het Tuintje van Adam gekweekt.

Zelf zeggen zij:

Onze producten zijn duurzaam, geheel lokaal en circulair d.m.v. stadslandbouw geteeld in Amsterdam.

Tuintje van Adam wil Amsterdammers de mogelijkheid bieden om het hele jaar door verse, gezonde en diverse en onbekende soorten voedsel (paddenstoelen en microgreens) te proeven.

De paddenstoelen & microgreens distribueren we lokaal met de fiets. We leveren aan de horeca, stadsmarkten en natuurlijk rechtstreeks aan de Amsterdammer.

Grijze, gele, blauwe, roze, bleke, tarragon en koningsoesterzwam worden gekweekt en geleverd. Op de website zijn nog meer paddenstoel soorten te vinden.

Bestellen of bezorgd of per post:

Geplaatst in Geen categorie | 13 reacties

Bomenbuurten; buurten met bomen

In Bomennieuws van de Bomenstichting lees ik over een speels onderzoek naar ‘boomstraten’ op het snijvlak van boomkunde, naamgeving, planologie en een snufje sociologie. Dertig gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners zijn onderzocht op hun bomenbuurten via postcodes, stadsplattegronden
en Google Maps. De bijzonder ontdekking: al deze plaatsen hebben één of meer bomenbuurten. Vanaf ongeveer 1850 zijn in Nederland nieuwe wijken gebouwd waar de straatnamen een thema hebben en zo’n thema is dus ook vaak ‘bomen’. Het zijn kennelijk prettig soort namen en ze verwijzen naar een groene omgeving die deze straten bieden, soms zelfs doordat de straat zijn ‘eigen’ bomen heeft.

Voor mij is de wijk Bomenrijk in Diemen-Zuid speciaal. Of de bewoners van deze buurt weten dat hun straatnaam met de straatbomen te maken heeft? Ik weet het niet. Voor mijn plantenkennis lessen maakte ik graag gebruik van deze woonwijk in Diemen-Zuid. Later ontdekte ik dat er eiken geplant zijn in ‘Vogelkersoord.

Vreemd genoeg werd Laag Koningshoef in de Kbuurt een Palmenwijkje. Klimaat verandering maakt dat er steeds meer palmen in Nederlandse tuinen worden aangeplant. Maar in het Palmenwijkje is mij dat nog niet opgevallen. Wel staat er een stevige Kurkeik. Maar of de wijndrinkers in deze woonwijk die boom herkennen?

In Bomennieuws is verder te lezen dat Zaandam zeer bomenrijk is! Het opvallend hoge aantal bij Zaanstad is ontstaan doordat het een fusiegemeente is met boomstraten in de zeven vroegere plaatsen. Een Lindenlaan in Zaandam, Wormerveer, Zaandijk én Krommenie is niet echt handig.

BOOMSOORTEN
Aart de Veer heeft 77 vernoemde boomsoorten gevonden. Hierbij gaat het meestal niet om soort maar om geslacht. Boomgeslachten zijn vaak korte duidelijke woorden die iedereen kent en die een prettige
straatnaam vormen. Echte boomsoorten komen ook voor maar zijn zeldzaam (Zilverlindestraat in
Tilburg, Zomereik in Eindhoven, Spaanse Aakstraat in Groningen), cultivars zijn nog zeldzamer
(Canadastraat in Eindhoven, Treurwilgpad in Deventer). De top tien is: linde (36 keer), beuk (35),
meidoorn (34), kastanje (33), eik (31), esdoorn (29), wilg (27), berk en acacia (elk 26 keer) en iep
(25). In sommige gemeenten komen dezelfde bomen meermalen voor – met verschillende achtervoegsels en/of in meer wijken. Dit laatste is voor de oriëntatie niet makkelijk, zie ook de vijf voorbeeldsteden verderop. Wetenschappelijke namen worden weinig gebruikt (bijvoorbeeld Ginkgohof
in Almere, Sequoiahof in Deventer). Larix komt veel voor naast lariks. In meerdere steden zijn iep
en olm beide vernoemd (vaak in het meervoud). Aan de boomkennis van de straatnaamcommissie
zou je kunnen twijfelen schrijft Aart de Veer in Bomennieuws zomer 2022.

ACHTERVOEGSELS EN ALLITERATIE
Aan de naamgeving van boomstraten kleeft ook een taalkundig aspect. Aart de Veer vond 26 verschillende achtervoegsels: akker, buurt, dal, daal, dijk, donk, erf, gracht, griend, hoek, hof (en hoven), kade, laan (10%), lei, park, plantsoen, pad, park, plein, rode, singel, straat (32%), weerd, weg (15%), zoom. Bij laan, plantsoen, park en singel is vrijwel altijd sprake van boombeplanting, hoewel lang niet altijd van de vernoemde soort. De keuze van het achtervoegsel moet ook een goed uitspreekbare naam opleveren: sommige alliteraties lopen lekker (Lindelaan – in tal van steden), andere minder: Plataanplein (Eindhoven). Straatnamen zonder achtervoegsel, in de mode gekomen in de jaren
’80, zijn er weinig in bomenbuurten. Aart de Veer vond onder andere Esdoorn en Meidoorn in Maastricht, Haagbeuk in Venlo en Hazelaar in Deventer.

Aart de Veer beeindigt zijn artikel met:

Dit straatnamenonderzoek is onvolledig en zeker niet foutloos. Opmerkingen en aanvullingen zijn daarom welkom! (naar aartdeveer@casema.nl ) Er moeten immers meer verhalen zijn van mensen die in een bomenbuurt wonen.

Mag ik iedereen uitnodigen om donateur te worden van de Bomenstichting?

https://www.bomenstichting.nl/steun-de-bomenstichting/als-donateur.html

Geplaatst in Geen categorie | 14 reacties

Kraanwater

De hoeveelheid plastic flessen met water zijn in Amsterdam niet aan te slepen. Wanneer je vanuit je culturele achtergrond en/of familie te horen krijgt dat kraanwater niet te vertrouwen is? Wanneer je leert dat je gasten altijd een plastic fles met water moet aanbieden? Wanneer de overheid en huiseigenaren en verhuurders steggelen over het verwijderen van loden leidingen?

De uitdrukking gemeentepils is bijna archaïsch?

Toch vind ik het artikel van Historiek informatief:

De term gemeentepils wordt wel gebruikt als eufemistisch synoniem voor kraanwater ofwel leidingwater. Gemeentepils bevat dus geen druppel alcohol en is zeker niet de lekkerste pils die je tot je kunt nemen. Maar goedkoop is deze drank wel en, ook dat is fijn, het is altijd beschikbaar als je er zin in hebt. Gezien de huidige stijgende prijzen van pils en bier is het wellicht een, zij het niet zo lekker, alternatief voor de alcoholische variant. Maar hoe komen we eigenlijk aan de bijzondere term gemeentepils?

Herkomst van het begrip gemeentepils: de politieke verklaring

Heeft het woord gemeentepils iets met de politiek te maken? Dat zou zo maar kunnen, getuige ook een vergelijkbare zegswijze, namelijk: een fles bier burgemeester maken. Ook hier is er een connectie met de politieke wereld. De politieke oorsprong van gemeentepils is een van de verklaringen die in omloop zijn. Volgens deze uitleg zou de term ontleend zijn aan ambtenaren, die zuinig waren met het uitdelen van (alcoholische) consumpties. Gaven ze drankjes weg, dan moest dit zo goedkoop mogelijk zijn en werd het soms dus water in plaats van wat lekkers.

Amsterdam of Utrecht als mogelijk herkomstgebied

Over Utrechts douchewater schreef ik eerder. Maar nu citeer ik het artikel Gemeentepils van Historiek.

De term gemeentepils kan volgens een andere verklaring ook zijn ontstaan toen in Nederland voor het eerst waterleidingen aangelegd werden voor particulieren. Steden als Amsterdam en Utrecht hoorden bij de eerste plaatsen die van een waternetwerk voorzien werden. Vanaf dat moment kwam niet alleen bier en pils meer uit een tapkraan, maar ook water voor de consument. Volgens deze uitleg is toen de term gemeentepils bedacht als grappig synoniem voor leidingwater. In elk geval wordt het woord gemeentepils gerekend tot het Mokums dialect (Amsterdam).

Of de opeenvolgende generaties ‘nieuwe’ Nederlanders het Mokums dialect verstaan? Ik hoor vooral straattaal voorbij komen rondom mij heen.

De eerste waterleiding in ons land werd aangelegd in 1853, met een traject dat liep van de duinen bij Haarlem tot Amsterdam. Het leidingnetwerk – bedacht door de bekende Nederlandse schrijver Jacob van Lennep (1802-1868) – was in handen van de Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij. Amsterdammers konden op bezoek gaan bij dit bedrijf en dan voor 1 cent een emmer water kopen. Hierna breidde het leidingnetwerk uit, waarbij (opvallend genoeg) bierbrouwers tot de eerste beroepsgroep behoorden die een eigen waterleiding kregen. Mogelijk is dit een verklaring voor de herkomst van ‘gemeentepils’…

De eerste Nederlandse gemeente die volledig aangesloten werd op het leidingnetwerk, was op 20 juli 1920 Heiloo in Noord-Holland. De oudste vermeldingen van de term gemeentepils in de Nederlandse taal stammen volgens etymologen uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog. De vroegste vermelding van het begrip in de krantendatabase van Delpher, komt uit december 1922, waar de Leeuwarder Courant meldt dat het woord gemeentepils tijdens de wereldoorlog is ontstaan. Het betreffende artikel maakt melding van nog meer nieuwe woorden uit de oorlogstijd: prikkeldraadversperring (denk aan de Dodendraden uit WO I), regeringswater, eenheidsworst, distributietram, zelfmester en oorlogswinst…

Steeds meer horeca-zaken bieden gratis een karaf kraanwater aan. Met een blaadje verse munt, een stukje gember en/of een schijfje citroen kunnen alle waterflessen kopers heel veel geld uit sparen.

Geplaatst in Geen categorie | 29 reacties

Hout van je stad

Op de Slimmeweg 2 1066EV Amsterdam geeft Tom Marcelis workshops. Op de website: houtvanjestad.nl is meer informatie te vinden. En met info@houtvanjestad.nl kun je jezelf aanmelden voor een workshop.

De balk waar de waterpomp in mijn tuin op steunt heeft ook Amsterdamse wortels. En zo zijn er vast meer mensen die een stukje Amsterdams hout nuttig gebruiken. En dan doel ik niet op biomassa gestookte stadswarmte. Want dat blijft in mijn ogen verspilling van nuttig hout. Waarbij ik mij afvraag of huiseigenaren zich wel bewust zijn van de houtverspilling voor de verwarming van hun woning en/of badwater?

Hout met een verhaal:

Hout van je Stad maakt mooie en duurzame producten van hout uit je eigen stad en omgeving. Van bomen die anders – zoals helaas nog al te vaak gebeurt – worden versnipperd of afgevoerd voor brandhout-. Zo wordt niet alleen verspilling van goed hout voorkomen maar creëert HoutvanjeStad producten met een geschiedenis en een verhaal. Producten om van te houden, waar je trots op kunt zijn en die je verbinden aan je stad.

Vanuit de gedachte om het verhaal achter het lokale hout te vertellen ontstond in 2015 de Stadsplank: Snijplanken gemaakt van gekapte bomen uit de stad, met erin gegraveerd de soort boom, de leeftijd en herkomst. Naast snijplanken ontwerpen-en maken we ook andere producten en meubels van eenzelfde, herleidbare herkomst.

Lokaal geveld, verwerkt en verkocht:

Voor HoutvanjeStad is de verwerking ter plaatse, door lokale zagers een belangrijk aspect van onze missie. Waar mogelijk worden de bomen dicht bij de kaplocatie gezaagd en het hout gedroogd. Zo worden veel onnodige transport kilometers voorkomen, lokale bedrijven profiteren van de maak en lokale ondernemers worden bij de verkoop te betrekken.. Het eindproduct hoeft dan maar een kleine afstand af te leggen naar de afnemers: mensen die houden van hun stad, met een liefde voor hout, kwaliteit en design.

Het aantal gerooide bomen met een bekende  herkomst bekend is gelimiteerd. En niet al het hout dat aangeboden wordt is altijd geschikt om te worden bewerkt tot een nieuw product. Dat bekent dat van een Stadsplank of meubel telkens slechts een beperkte serie per keer wordt geproduceerd. Elke boom is anders en dat maakt iedere product uniek.

Natuurlijk vind ik dat bomen niet zomaar geveld moeten worden.Maar als het niet anders kan dan is een nieuw leven in de vorm van een HoutvanjeStad product natuurlijk het mooiste!

Geplaatst in Geen categorie | 16 reacties

Het verschil maken

Hoe een individu het verschil kan maken in klimaatverandering. Het vlindereffect onderzocht.

Stijn Schreven schreef het volgende verhaal voor Nemolink:

Wat maakt het uit of ik overstap op een plantaardig dieet, of minder vlieg? Het is makkelijk om je klein te voelen bij een overweldigend probleem als klimaatverandering. Volgens complexiteitswetenschappers kan je echter wel degelijk een verschil maken. Zij analyseren complexe systemen, zoals het energiesysteem of het wereldwijde voedselnetwerk, door interacties tussen individuen of groepen mensen te simuleren. Een lokale verandering kan wereldwijde gevolgen hebben: het vlindereffect.

Zin in speklapjes op de barbecue, met een koud biertje erbij? Of in nacho’s met guacamole? Je krijgt hier waarschijnlijk al trek van, maar minder lekker is het dat je eten ook invloed heeft op het klimaat. Maar liefst dertig procent van onze energie wordt gebruikt om voedsel te produceren en vervoeren, zegt Brian Dermody, universitair docent aan het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling (Universiteit Utrecht).

Bovendien is het mogelijk dat door de internationale handel een gebeurtenis in het ene land onvoorziene gevolgen heeft in andere landen. “Kijk naar de oorlog in Oekraïne”, legt Dermody uit. “De hoge gasprijs maakt kunstmest onbetaalbaar. Boeren produceren minder voedsel, en de prijs van voedsel stijgt.” Alle schakels in het netwerk beïnvloeden elkaar. Zie het als een groot radarwerk, waarbij alle afzonderlijke radartjes elkaar beïnvloeden. De wetenschap die zich met die interacties bezighoudt, is de studie van complexe systemen. NEMO Kennislink duikt in het web van analyses dat complexiteitsonderzoekers zoals Dermody proberen te begrijpen en voorspellen, en stelt de vraag: hoe kun je een verschil maken in een wereldwijd probleem?

Avocado’s

Om goed te begrijpen hoe wetenschappers dit onderzoeken, moet je op een andere manier nadenken. Wanneer je tegen een steen trapt, dan zorg je ervoor dat dit kiezeltje een stuk verderop komt te liggen. Een duidelijk oorzaak en gevolg. Maar bij grote, ingewikkelde systemen moet je dit loslaten. Oorzaak A leidt niet altijd tot gevolg B. Er is een mate van toeval en willekeur in het systeem. Eén toevallige gebeurtenis kan alle andere interacties in het systeem veranderen – het zogenaamde vlindereffect (butterfly effect in het Engels). En dat is nog niet alles. Want hoe meer interacties er zijn, hoe chaotischer het systeem zich gaat gedragen, en hoe lastiger het te voorspellen is. Enkel als bepaalde factoren het systeem beperken, is voorspelling mogelijk. Dermody noemt de seizoenen als zo’n beperkende factor in het voedselsysteem.

Maar er speelt nog meer een belangrijke rol. Neem het voedselsysteem. Dat is een levend systeem van mensen, planten en dieren. Al deze levensvormen reageren op veranderingen in hun omgeving. Ze passen zich aan of maken andere keuzes. Dit zorgt ervoor dat interacties in de loop van de tijd veranderen. Dermody noemt de avocado als voorbeeld: “De avocado is erg populair geworden in westerse diëten. Er is een grotere vraag en een hogere prijs. Veel boeren zagen een kans en stapten over op de avocadoteelt. Maar avocadobomen vragen veel water, dus gingen boeren beregenen. Het leidde tot overmatig gebruik van grondwater in landen als Chili, waar water schaars is. Boeren moesten meer brandstof verbruiken om water uit steeds diepere grondlagen op te pompen, wat op zijn beurt leidde tot hogere voedselprijzen.”

Om meer grip te krijgen op hoe dit nou allemaal werkt, bestuderen Dermody en collega’s deze systemen via modellen. Dit zijn computersimulaties van alle onderdelen en interacties in het systeem. Momenteel werkt Dermody’s collega Natalie Davis aan een model om te begrijpen hoe we de overgang naar een duurzaam voedselsysteem in Nederland versnellen. Ze verbindt schakels van boeren, consumenten en spelers uit de bevoorradingsketen, om onvoorziene gevolgen van beleidsscenario’s te verkennen. Zo vond ze dat het stimuleren van consumenten om vers en gezond te eten in plaats van bewerkt voedsel, voordelen oplevert voor boeren omdat er minder geld verloren gaat aan voedselverwerkende bedrijven in de keten.

Verbinding is macht

Met al die verschillende radartjes die in een systeem draaien is iets interessants aan de hand. Want hoe meer een schakel verbonden is met andere, hoe meer invloed die heeft. “In het voedselsysteem is Nederland een goed voorbeeld,” vertelt Dermody. “Het is een van de meest verbonden landen in de wereldhandel. Het importeert soja en exporteert vlees en zuivel. Hoe meer handelsroutes een land heeft, hoe meer voedselzekerheid en macht.” Ons kleine landje stelt dus wel degelijk iets voor? “Ja en nee. Verbindingen geven een land macht, maar die macht is grotendeels in handen van een paar bedrijven en die kunnen verhuizen.” Grote verbondenheid heeft ook een keerzijde: het stelt je bloot aan verstoringen elders.

Ook voor mensen geldt: hoe meer je verbonden bent, des te groter je invloed, zo vond Davis in haar model. Dit heet sociale besmetting, als een soort virus dat zich verspreidt. Alleen wordt hier geen virus maar een manier van denken overgedragen. Het is echter niet zo simpel als een virus dat je infecteert, legt Davis uit. “Iemand verandert bijvoorbeeld van mening na herhaalde interacties met anderen, en niet-sociale invloeden, zoals het lezen van de krant. Het is een opeenstapeling. Meningen en overtuigingen kunnen weerbarstig zijn. De snelheid waarmee iemand van mening verandert, hangt af van hoeveel sociale connecties hij heeft en aan welke ideeën hij wordt blootgesteld. Sommige individuen, zogenaamde makelaars of verbinders, spelen een belangrijke rol in het verbinden van verschillende sociale kringen en organisaties.”

Menselijke keuze

Dat je als mens anderen kan beïnvloeden is één ding, maar kun je daarmee ook het systeem veranderen? Als je stopt met vliegen of minder vlees gaat eten, maak je dan een verschil? Dermody is daar sceptisch over. Hij wijst op nog een kenmerk van veel systemen: padafhankelijkheid. Kort gezegd: het verleden beperkt de toekomst. “Degenen met macht in het systeem, zoals politieke partijen en bedrijven, hebben vaak geprofiteerd van de status quo. Dat maakt het moeilijk te veranderen. Diversiteit is een belangrijke factor bij het veranderen van zulke systemen: innovaties brengen nieuwe manieren van denken en doen.”

Nieuwe technologieën zoals zonnecellen, en opvattingen zoals veganisme, kunnen een verschuiving in het systeem veroorzaken. In de verspreiding van die innovaties kan een individu volgens Amerikaanse onderzoekers een belangrijke rol spelen, en een verschil maken in klimaatverandering. De onderzoekers modelleerden dit onlangs in een studie gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Een van de auteurs, Katie Lacasse, legt het model uit: “We wilden een klimaatmodel bouwen met mensen erin. De keuzes die we maken veranderen in de loop van de tijd als reactie op het klimaat. Die terugkoppeling zit niet in de standaardklimaatmodellen van het IPCC.” Een belangrijke uitkomst uit het model is dat menselijke keuzes het aantal klimaatscenario’s beperken. “Het is zeer onwaarschijnlijk dat we niks zullen doen, maar ook dat we alles omgooien. De worst-case en best-case scenario’s zijn onrealistisch”, zegt Lacasse. Zij is gedragspsychologe aan het Rhode Island College (Verenigde Staten).

Kantelpunt

Het mens-en-klimaatmodel laat zien dat een individu in een paar situaties een kantelpunt kan veroorzaken in het systeem: een sneeuwbaleffect waardoor de hele samenleving omklapt naar duurzaam gedrag en lage emissies. Lacasse: “De bereidheid van klimaatsupporters om naar een duurzame technologie (bijvoorbeeld zonnepanelen) over te stappen, ook al is die aanvankelijk erg duur, kan heel belangrijk zijn. Dit vergroot hun geloofwaardigheid, waardoor ze beter in staat zijn anderen te overtuigen om ook klimaatsupporter te worden. Als deze nieuwe voorstanders eenmaal overstappen naar duurzame technologie, beginnen veel andere sociale factoren te verschuiven. De sociale norm duwt nu meer mensen in de richting van de nieuwe technologie. De kosten ervan dalen naarmate er meer vraag is, waardoor het voor iedereen gemakkelijker wordt om over te stappen. Zo kan dit leiden tot een golf van technologieadoptie en lagere emissies.”

Hoewel een wereldprobleem als klimaatverandering ingewikkeld en overweldigend is, kan systeemdenken dus ook hoop geven. Het laat zien dat je met de juiste connecties en middelen wel degelijk een verschil kunt maken.

De conclusie van dit artikel maakt mij optimistisch. Elke kleine beslissing doet er toe, en samen kunnen we dus de rampspoed van de Klimaat verandering keren!

In het volgende artikel wordt beschreven dat wij nu al de gevolgen van de Klimaatverandering ondergaan: https://www.nemokennislink.nl/publicaties/klimaatverandering-is-niet-iets-van-de-toekomst-het-raakt-ons-nu/?news_letter=true&utm_medium=email&utm_campaign=NEMO%20Kennislink%20Nieuwsbrief%201%20juli%202022%20-%20Hoe%20kan%20jij%20verschil%20maken&utm_content=NEMO%20Kennislink%20Nieuwsbrief%201%20juli%202022%20-%20Hoe%20kan%20jij%20verschil%20maken+CID_90a6f8cdc9602fb2d8b5f46b20364fa5&utm_source=Email%20marketing%20software&utm_term=Klimaatverandering%20is%20niet%20iets%20van%20de%20toekomst%20het%20raakt%20ons%20nu

Geplaatst in Geen categorie | 13 reacties

De Tuincentrum Vloek

Mijn eerste zaterdagbaantje was bij een tuincentrum/hoveniersbedrijf/kwekerij. Door het jaar heen heb ik daar alle voorkomende werkzaamheden gedaan. Planten vermeerderen, opkweken, (ver-)planten, snoeien, verzorgen, verkopen maar ook tuinen en plantsoenen aanleggen en onderhouden. Ik denk nog steeds terug aan deze mooie tijd. Nu zijn al deze werkzaamheden opgeknipt in ongeschoold, geautomatiseerd en gemechaniseerd seizoenswerk.

Bij mijn eerste baas was het tuincentrum eigenlijk zijn kwekerij. Als boerenzoon had hij de boerderij omgebouwd. Maar het omliggende land werd elk jaar iets meer opgeplant met planten. En met de klanten, een kruiwagen en een steekschop maakte je dus flinke afstanden om de gewenste planten te verzamelen, uit te graven en naar de parkeerplaats te brengen.

Wat een verschil met de huidige tuincentra. Elke 2 weken staan er weer nieuwe prijstoppers te kleuren en fleuren rondom de geautomatiseerde kassa’s. De meest exotische doorgekweekte cultivars worden aangeboden. Of de veredeling of de meest vreemdsoortige technieken zorgen er voor dat alle wisselende modekleuren aanwezig zijn. De natuurvervalsingen, de gebruikte bestrijdingsmiddelen, kunstmatige kweektechnieken en kunstmest blijven achter de schermen verborgen. Dat een struik/boom groeit is niet van belang. Zonder kapvergunning is de onverwacht te grote plant snel weer te verwijderen. En bij nieuwe modegrillen is de tuin snel weer te veranderen. Alle planten en tuinmaterialen weg en gewoon weer opnieuw beginnen is het credo. De commerciele toppers Pasen, Moederdag en Kerstmis maken het bezoek aan een Tuincentrum tot een uitstapje en Feestbelevenis. Dat alleen de omzet van belang is wordt voor lief genomen.

De attributen voor een tuinfeest, bbq of winterparty worden van tuincentrum tot doe-het-zelf winkel jaarrond aangeboden. Compleet verrijdbare keukens, tuin airco’s en terrasverwarming zijn de nieuwe noodzakelijke onderdelen voor een plezierige tuinbeleving.

Problemen rondom Klimaatverandering, Stikstof Crisis, verdwijnende natuur, stijgende zeespiegel, verdwenen insecten en inheemse planten? De meeste mensen kijken verbaasd op wanneer ik de verbanden probeer te beschrijven. Zoals er ook wordt gewezen naar anderen, om daarom zelf door te gaan met het in stand houden van de Tuincentrum Vloek. Steeds meer wordt duidelijk dat zogenaamde chronische ziekten een overduidelijk verband hebben met de kweek van modieuze tuincentrum-planten. Dat wat oorspronkelijk een ouderdomskwaal genoemd wordt blijkt steeds meer een oorsprong te hebben met de opkweek van tuincentrum-planten.

De massale verkoop van fabrieksmatig geproduceerde insectenhotels kan hier niets aan veranderen. Net zo min als de populaire zaadmengsels voor bloemenweides.

Dat wat de Natuur in Nederland te bieden heeft wordt weggezet als lelijk, vies en gevaarlijk. Terwijl met het juiste oog op de stoep, in een bloembak, tuin of wegberm van alles te bewonderen is. Maar door de Tuincentrum Vloek is daar het juiste oog voor verdwenen. Spijtig genoeg moeten allerlei natuurorganisaties meedoen met de commerciele wedloop van de Tuincentrum Vloek.

Geplaatst in Geen categorie | 23 reacties

Peel P50 – Het kleinste autootje ooit

Een autoblogger en/of liefhebber ben ik niet. Al lees ik met plezier en interesse over auto’s bij medebloggers. Zelf ga ik zonder rijbewijs door het leven. Al bezit ik wel een persoonlijke carport. Op Historiek lees ik een bijzonder verhaal over een aparte auto. En het verhaal van deze auto deel ik graag.

Peel P50 – Het kleinste autootje ooit; Is afgezien van miniatuurautootjes en speelgoedwagens, de kleinste productieauto uit de geschiedenis. Zelf de Smart kan niet op tegen de superkleine Peel P50. De Britse dwergauto kwam in 1963 op de markt. Het minuscule autootje had een lengte van 1 meter 34, was niet meer dan 99 centimeter breed – makkelijk inparkeren dus! – en 1 meter 20 hoog. Het karretje woog niet meer dan 49 kilo.

Als je de Peel wilde keren, moest je uitstappen en de wagen zelf omdraaien. Daarvoor had het autootje een speciale hendel, waarmee je het wagentje kon optillen om het te draaien. Daarna kon je de andere kant op rijden. De topsnelheid van de Peel P50 bedroeg 61 kilometer per uur. Het dwergautootje had dan ook geen krachtige motor, maar een simpel DKW-bromfietsmotortje van 49cc. Als je het gas helemaal losgooide en 61 kilometer per uur reed, kreeg je daar al snel spijt van vanwege het enorme lawaai dat het wagentje produceerde.

Peel P50 opnieuw in productie

De auto was geen succes, want er werden niet meer dan 45 à 50 van gemaakt, die voor 199 pond per stuk te koop waren. Tegenwoordig bestaan er wereldwijd nog 27 orignele Peel P50’s uit 1963. In 2012 werd bekend dat de kleine auto opnieuw in productie ging. Dit keer als elektrische auto. En opnieuw in hele kleine aantallen.

Of deze mini-auto nu wel een succes gaat worden? De tijd zal het leren. of ik nog meer auto blogposts ga schrijven? Dat laatste is ook maar afwachten …

Geplaatst in Geen categorie | 20 reacties

Duurzaam wonen XIV

Op haar blogspot schrijft Selina dat zij Aardgasvrij woont:

https://selinawoontaardgasvrij.blogspot.com/2021/05/selina-woont-aardgasvrij.html

Het stookseizoen begint, of hoe werkt dat eigenlijk bij een warmtepomp?

Het stookseizoen

Tijdens de duurzame huizenroute heb ik toch ook altijd de werking van de warmtepomp moeten uitleggen. Er was geen discussie over of een warmtepomp een goed apparaat is, maar wel vragen over de buitenunit (ontbreekt), hoe diep (130 m), hoeveel tapwater (180 liter) en radiatoren (drie op de slaapkamers voor lage temperaturen geschikt). Vloerverwarming ging er bij iedereen wel in, ook al verbaasde weer veel mensen zich over het keramische parket

Aan de warmtepomp hangt overigens het certificaat van KOMO. Dit betekent dat het hele gesloten bodemenergiesysteem voldoet aan de eisen: door vakmannen aangelegd, op de juiste manier en met de juiste isolatie rondom de buizen. 

Mijn stookseizoen begint overigens meteen als de buitentemperaturen onder de 16 graden zakken. 

Dus eigenlijk spreek je niet echt van een stookseizoen, maar juist van een koudeseizoen.

Bij buitentemperaturen boven de 21 graden gaat juist koeling aan. De rest van het jaar probeer ik het huis op 20,5 graden te houden. 

Wat ik wel merk, ook al is het 20,5 graden, is als er ergens een deur en een raam openstaan, op de slaapkamers bijvoorbeeld. Dus het is eerder het seizoen van de ramen en deuren dicht dan dat er sprake is van een stookseizoen.

Het verbruik

De maand oktober is voorbij, dus ook even de stand checken.

Voor het eerst dat de opwek minder is dan de benodigde energie. Maar waar je bij gas t.o.v. juli in oktober een verdriedubbeling ziet, is het dit jaar het elektriciteitsverbruik anderhalf keer zo hoog. Dat maakt me wel nieuwsgierig naar het echte koude seizoen. 

Wat je natuurlijk wel ziet, is dat het elektra verbruik echt hoger is dan zonder inductiekoken en warmtepomp, maar het verschil, met ook nog vier personen, vind ik niet echt heel groot. Maar nu eerst weer eens genieten van het comfort…

https://selinawoontaardgasvrij.blogspot.com/2021/07/technische-details-van-een-aardgasvrij.html

Niet alleen verwarmen maar ook koelen is mogelijk: https://selinawoontaardgasvrij.blogspot.com/2021/06/een-koel-huis.html

Geplaatst in Geen categorie | 8 reacties