Kerstwandeling

Kerstwandeling in Driemond zaterdag 16 december 2017

Starttijd wandeling tussen 18.00 en 19.00 uur vanaf MatchZO Wandeltocht: 4,5 km, 10 km en 15 km

Deze wandeling is voor iedereen die van wandelen houdt in een speciale kerstsfeer. U loopt door Diemerbos (paden verlicht) – langs de verlichte Gaaspermolen – door het dorp Driemond terug naar MatchZO. De lange routes gaan tevens door de nieuwe fiets/wandel-tunnels onder de A9 en verder.

Inschrijven & start: Starten voor de 4,5 en 10 km vanaf 18.00 uur tot 19.00 uur. Starten voor de 15 km kan vanaf 18.00 uur tot 18.30 uur.

Locatie: MatchZO, Stammerlandweg 10, in Driemond; u krijgt daar een deelnamebewijs mee. Finish: Kan tot 22.00 uur.

Deelname: Voor Driemonders gratis. Overige deelnemers betalen € 4,00 (indien lid van de KWBN-wandelbond) of € 5,00 (niet leden). Deelname is inclusief “iets lekkers”.

Enkele ouderen kunnen weer mee met de huifkar!

Verzorging: Koffie/thee/limonade + plak kerstbrood bij de start in MatchZO Warme chocolademelk + speculaas bij de rustpost Gaaspermolen Bij de finish kunt u voor 1 euro een heerlijke soep krijgen of voor eigen rekening een drankje nemen.

Verlichting: De paden zijn speciaal voor deze gelegenheid gedeeltelijk voor u verlicht. Neem eigen lampionverlichting mee. De Breiclub heeft 100 bijzondere lampionnen gemaakt! Lampion met gebreid mutsje + rood of wit lampje en stok te koop op zaterdag 16 december in MatchZO voor slechts € 3.00. U sponsort hiermee de breiclub van Driemond. Verlichte kinderwagens zijn ook van harte welkom.

Geniet met elkaar van deze speciale kerstsfeer in Driemond.

Wij verloten 5 T-shirts van de Vrienden van het Diemerbos

Met sportieve winterse groet,

initiatiefnemer Tom Witkamp Mede namens: Wandelsportcentrum De Verbinding

MatchZO

Dorpsraad Driemond

Breiclub ’N Steekje Los

Vrienden van de Gaaspermolen

Vrienden van het Diemerbos

 

 

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | 28 reacties

De zwerfinator

De Zwerfinator raapt zwerfafval. Niet stilletjes en stiekem, maar nogal fanatiek en met veel trots en tamtam. Pas nadat hij zwerfafval ging oprapen uit ergernis werd hij zich bewust van de manier waarop we met de aarde omgaan. En hij werd een blij mens. Sindsdien doet hij zijn stinkende best om andere mensen ook bewust en blij te maken.

Hij doet dit door mensen fysiek en virtueel mee te nemen bij het #zwerfie rapen, door ze te verleiden zelf zwerfafval op te rapen en door ze te vertellen over de oorzaken en gevolgen van dit probleem. En dit allemaal in combinatie met bijzondere invalshoeken, een gezonde dosis humor, ongein en positiviteit. Want saai en boos verveelt snel. Duurzamer kunnen we het maken, leuker ook.

Zwerfafval en plastic soep ontstaan door kleine, onbewuste en zelfs evolutionair bepaalde handelingen. We kunnen het ook tegengaan door kleine handelingen. Wie dat inziet, begrijpt dat we op veel terreinen makkelijk duurzamer kunnen leven door kleine herhalende handelingen aan te passen.

Hij kan hier uren en vol passie over vertellen. Maar liever nog neemt hij zijn gehoor gewoon mee naar buiten om zwerfafval op te rapen. Niet om de buurt op te ruimen, maar om de mensen te laten zien en ervaren wat hij bedoelt. Want zien en doen is bewust worden.

Interesse? Neem contact op met de Zwerfinator.

 

http://zwerfinator.nl/

 

 

Geplaatst in eten en drinken, gezondheid, Natuur | Tags: , , | 24 reacties

Scholing en opleiding

Een diploma zegt wat je hebt gedaan.

Het zegt niets over wat je kunt?

 Vaker kan ik zeggen dat ik niets maar dan ook niets toepas van datgene wat ik op school heb geleerd. Toch verdien ik mijn brood met lesgeven. Lesgevend aan pubers zorgt elke dag voor verrassingen. Vandaag vertelde een leerlinge dat haar hersens op haar 27ste volgroeid zijn. Waarmee zij tegelijkertijd meende dat leren op jongere leeftijd zinloos is. Toch blijft het voor mij genieten om te zien hoe pubers zich ontwikkelen. Het dwarse en tegendraadse neem ik daarbij maar op de koop toe.

Of alles nuttig is wat de leerlingen van mij moeten leren? Zij zullen meteen antwoorden dat andere dingen voor hun veel belangrijker zijn. Al zal er later misschien ook wel eentje aan terug denken wat zij in mijn lessen hebben geleerd. 

De groei en ontwikkeling van pubers meemaken blijft voor mij het mooie van lesgeven.

 

 

Geplaatst in Onderwijs, Kinderen, persoonlijk | Tags: , , | 23 reacties

Hoe heette Christiaan

Soms kom ik op het internet verrassende verhalen tegen. Vandaag wil ik zo’n verhaal graag met jullie delen. Met DNA-onderzoek en/of archief onderzoek kan mijn veel, heel veel van zijn of haar afkomst te weten komen. Het verhaal van Christiaan en de zoektocht naar Christiaan is terug te lezen met de volgende link:

http://www.hoeheettechristiaan.nl/

Geplaatst in Kinderen, Onderwijs | Tags: | 10 reacties

Janteloven of Jantelagen

De wet van Jante

1 Je moet niet denken dat je wat bent.
2 Je moet niet denken dat je evenveel bent als wij.
3 Je moet niet denken dat je slimmer bent dan wij.
4 Je moet je niet inbeelden dat je beter bent dan wij.
5 Je moet niet denken dat je meer weet dan wij.
6 Je moet niet denken dat je meer bent dan wij.
7 Je moet niet denken dat je deugt.
8 Je moet niet om ons lachen.
9 Je moet niet denken dat iemand om je geeft.
10 Je moet niet denken dat je ons wat kunt leren.

 

Mijn moeder noemde dit:

 

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

 

Mijn moeder laat zich Mary noemen.

Al heet zij eigenlijk gewoon Maria ……

 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_van_Jante

 

Of de Wet van Jante nu een typisch voorbeeld van bekrompenheid is?

Vaak wordt het gebruikt wanneer kritiek wordt geuit op opvattingen, denkbeelden, regels, gewoonten of tradities die zelfontplooiing en hoge prestaties in de weg staan.

Geplaatst in Kinderen, persoonlijk, Politiek | Tags: , , | 18 reacties

Een te onbekende geschiedenisles

~ Rowan van der Stelt | Jonge Historici

Lees ook: De slavernij onder de VOC: kleurrijke tragiek
Boeken over de slavernij
Zie ook: Noten bij dit artikel

Deze longread is afkomstig van Jonge Historici, een vrijwilligersstichting die een podium biedt aan jong historisch talent. Lees hier de scriptie waar deze longread op is gebaseerd. Wil jij ook je scriptie publiceren bij Jonge Historici en een longread schrijven? Stuur dan nu je stuk op. Zie ook www.jongehistorici.nl of volg Jonge Historici via
Facebook.com/jongehistorici en @JongeHistorici. Wil je meer weten over Jonge Historici, lees dan hier het interview met voorzitter Vincent Bijman op Historiek.net. Jonge Historici wordt op vrijwillige basis door jonge historici onderhouden en draait zonder subsidies. Wil jij hen helpen jonge historici een podium te blijven geven? Meld je dan nu aan als vriend

 

 

Zodra de maand december nadert laait de Zwarte Piet-discussie weer op. Bij de intocht van Sinterklaas afgelopen jaar waren een noodverordening, dranghekken en veel politie nodig om zowel de voor- als tegenstanders van Zwarte Piet in bedwang te houden. Voorstanders zien Zwarte Piet als onderdeel van een Nederlandse traditie en als een kinderfeest, terwijl tegenstanders van mening zijn dat de rol en het uiterlijk van Zwarte Piet verbonden zijn met het Nederlandse slavernijverleden en een vorm van racisme zijn.

 

Om een zinnige discussie te voeren over dit onderwerp, is het nodig dat mensen kennis hebben van het Nederlandse slavernijverleden. Dat is waar ik me in dit artikel mee bezig houd. Specifiek gaat het me om de kennis van geschiedenisstudenten (bachelor), waarnaar ik in mijn masterscriptie onderzoek deed. Om erachter te komen hoeveel Nederlandse geschiedenisstudenten weten van het slavernijverleden, hield ik een enquête onder 400 studenten en onderzocht ik bijna 40 handboeken en artikelen die als literatuur worden gebruikt in verplichte vakken. Hiermee toon ik aan dat de beperkte kennis van geschiedenisstudenten over het Nederlandse slavernijverleden een resultaat is van een gebrek aan balans en een eenzijdig perspectief in de literatuur van vier verplichte vakken van de universitaire bacheloropleiding geschiedenis.

 

Waarom dit onderzoek?

Mijn onderzoek naar wat bachelorstudenten weten van slavernij voegt nieuwe inzichten toe aan het actuele debat over de behandeling van het Nederlandse slavernijverleden in het Nederlandse onderwijs. Hier ligt de nadruk namelijk op het basis- en voortgezet onderwijs en komen universiteiten helemaal niet aan bod. Dit is opvallend, omdat universiteiten een belangrijke rol spelen in de kennisoverdracht over dit thema en invloed kunnen uitoefenen om de kennis over het Nederlandse slavernijverleden te verbreden. Geschiedenisstudenten worden bijvoorbeeld zelf docenten en geven hun kennis weer door aan scholieren op het voortgezet onderwijs of studenten op het hoger onderwijs. Zij dragen ook bij aan het historische onderzoek over dit thema. Daarnaast is het slavernijverleden van Nederland een belangrijke periode in de Nederlandse geschiedenis waarvan de invloeden nog terug te zien zijn in de hedendaagse samenleving, bijvoorbeeld in het bestaan van een Surinaamse en een Antilliaanse gemeenschap in Nederland en in actuele debatten als de al eerder genoemde discussie over Zwarte Piet.

 

Enquête

De enquête is ingevuld door vierhonderd geschiedenisstudenten van zes universiteiten, in Leiden, Groningen, Utrecht, Amsterdam en Nijmegen, waarin ik 26 vragen stelde over hun opleiding, het Nederlandse slavernijverleden en academische interesses. Wat was het belangrijkste doel van de WIC? Wat voor soorten slavernij waren er in de Nederlandse koloniën in de Indische Oceaan?

Uit de ingevulde enquêtes kwamen drie duidelijke resultaten naar voren. Ten eerste associeert de grote meerderheid van de studenten het Nederlandse slavernijverleden met het Atlantische gebied en de West-Indische Compagnie (WIC). Dit is vooral terug te zien bij de antwoorden op de vragen over de origine en bestemming van de slaven. In onderstaande tabellen is te zien dat regio’s waar de WIC actief was, zoals West-Afrika en de Nederlandse Caraïben, er bovenuitspringen. De studenten associëren de Nederlandse slavenhandel veel minder met regio’s waar de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) actief was in de slavenhandel, zoals Oost-Afrika, Zuid-Afrika, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië. 99 procent van de studenten heeft Oost-Afrika niet als bestemming gekozen en 75,8% Zuid-Afrika niet. Dat is onterecht, want uit onderzoek blijkt dat de VOC in de Kaapkolonie in Zuid-Afrika heeft gezorgd voor een intensivering van het gebruik van slaven en een belangrijke rol speelde bij het ontstaan van de slavenhandel tussen Mauritius en Madagaskar.

 

Het tweede resultaat dat duidelijk naar voren komt, is dat er een grote onwetendheid bestaat over het aandeel van Nederland in de slavenhandel. Dit wordt voor het Atlantische gebied overschat: uit verschillende historische onderzoeken komt naar voren dat het Nederlandse aandeel in de trans-Atlantische slavenhandel vijf procent was, maar 75 procent van de studenten schat het aandeel in deze regio groter in. Voor het gebied rond de Indische Oceaan wordt het echter onderschat: het aandeel van Nederland in de slavenhandel in de Indische Oceaan was vijftien tot dertig procent van de totale trans-Atlantische slavenhandel, maar de meeste studenten schatten het aandeel in deze regio juist kleiner. Ook de grote verdeeldheid aan antwoorden is een indicatie van de onwetendheid.

 

Ten slotte beschikt een percentage van de studenten niet over de basiskennis van het Nederlandse slavernijverleden. Hieronder versta ik de kennis over de origine van de slaven uit West-Afrika en de bestemming van de slaven in Zuid-Amerika (Suriname) en de Nederlandse Caraïben. Verder haalt acht procent van de studenten schijnbaar de WIC en VOC door elkaar, omdat zij denken dat de specerijenhandel het belangrijkste doel was van de WIC.

Ten slotte beschikt een percentage van de studenten niet over de basiskennis van het Nederlandse slavernijverleden. Hieronder versta ik de kennis over de origine van de slaven uit West-Afrika en de bestemming van de slaven in Zuid-Amerika (Suriname) en de Nederlandse Caraïben. Verder haalt acht procent van de studenten schijnbaar de WIC en VOC door elkaar, omdat zij denken dat de specerijenhandel het belangrijkste doel was van de WIC.

Bij de literatuuranalyse heb ik gekeken naar handboeken en aanvullende literatuur van vier verschillende verplichte vakken: Vaderlandse of Nederlandse Geschiedenis, Economische & Sociale Geschiedenis, Vroegmoderne Geschiedenis en Wereldgeschiedenis. Hieruit blijkt duidelijk dat in de wijze waarop de literatuur het slavernijverleden beschrijft een gebrek aan balans is en een eenzijdig perspectief. In de literatuur ligt de nadruk op het slavernijverleden van de WIC, terwijl de rol van de VOC in de slavenhandel nauwelijks aan bod komt. De participatie van de VOC in de slavenhandel wordt slechts in drie handboeken (van de 21) en twee artikelen (van de 16) besproken. De nadruk ligt op de activiteit van de VOC in de specerijenhandel, het voornaamste maar niet het enige doel van de compagnie.

Wat het aandeel van Nederland in de slavenhandel was, komt ook nauwelijks aan bod in de literatuur. Het komt terug in twee handboeken en drie artikelen waarin verschillende aantallen en percentages genoemd worden. Er mist een duidelijk beeld over het aandeel van Nederland waarin dit ook in perspectief geplaatst wordt door het aandeel te vergelijken met andere landen, terwijl deze informatie wel beschikbaar is in de Trans-Atlantic Database.1 In deze database staan 36.000 slavenreizen met informatie over de schepen, bestemming, origine en de slaven op de schepen. Daarnaast geeft de website een overzicht van het aandeel van verschillende landen in de trans-Atlantische slavenhandel, zoals Frankrijk, Spanje, Portugal, Engeland, en dus Nederland.

 

Naast deze twee aspecten is er nog een aantal zaken dat niet aan bod komt, zoals de participatie van de Middelburgsche Commercie Compagnie (MCC) in de Nederlandse slavenhandel, de rol van Curaçao en Sint-Eustatius als centrale slavenmarkten in het Caribische gebied, de afschaffing van de slavernij, en de omstandigheden in de koloniën zoals het soort slavenarbeid en de relatie tussen meester en slaaf.

 

Bij alle universiteiten is het overzicht onvolledig. Toch is er een aantal duidelijke verschillen. In Leiden komen bijvoorbeeld de meeste aspecten van het slavernijverleden aan bod, in het Groningse curriculum het minst. Dat het thema het meest behandeld wordt in Leiden kan verklaard worden door de aanwezigheid van verschillende professoren op de universiteit die gespecialiseerd zijn in het slavernijverleden van Nederland zoals Henk den Heijer, Karwan Fatah-Black en Matthias van Rossum. De Vrije Universiteit Amsterdam (VU), Universiteit van Amsterdam (UvA), Universiteit Utrecht (UU) en Radboud Universiteit (RU) hebben een middenpositie, waarbij de VU en de UU beter scoren dan de RU en de UvA. Dat kan verklaard worden door het gebruik van aanvullende artikelen over het slavernijverleden op de VU en UU.

 

Conclusie

Slaven op een tekening van Pierre Jacques Benoit – Foto: Bijzondere CollectiesDe beperkte kennis van geschiedenisstudenten over het Nederlandse slavernijverleden is een resultaat van een eenzijdig perspectief en een gebrek aan balans in de literatuur. Het is daarom van belang om het Nederlandse slavernijverleden op een andere manier te behandelen in de literatuur van de verplichte vakken. In de inleiding kwam al een aantal redenen naar voren, zoals de belangrijke rol van universiteiten in de overdracht van kennis, de bevordering van begrip in actuele debatten,en het belang van de periode zelf door de invloeden op de hedendaagse samenleving.

 

Ook de studenten zelf vinden het onderwerp echter belangrijk. 80,3 procent van hen geeft zelf ook aan dat zij het een belangrijke periode in de Nederlandse geschiedenis vinden. En een meerderheid van de studenten heeft ook behoefte aan een verandering in de manier van behandeling: 65,3 procent geeft aan meer te willen weten over het onderwerp en 51,8 procent geeft aan dat meer aspecten van het Nederlandse slavernijverleden behandeld moeten worden tijdens de verplichte vakken.

‘Ik pleit ervoor dat in de verplichte vakken die alle studenten volgen met verbredende, aanvullende literatuur een volledig overzicht gegeven wordt van het Nederlandse slavernijverleden.’

De vraag is dan wat er precies anders moet. Ik pleit ervoor dat in de verplichte vakken die alle studenten volgen met verbredende, aanvullende literatuur een volledig overzicht gegeven wordt van het Nederlandse slavernijverleden.De handboeken lopen immers achter op de historiografische ontwikkelingen en noemen het Nederlandse slavernijverleden kort of niet. Nu worden ook al aanvullende artikelen gebruikt, maar deze zijn doorgaans verdiepend in plaats van verbredend. Ze behandelen specifieke onderdelen van het slavernijverleden en geven zo nog steeds geen goed overzicht.

Een voorbeeld is het gebruik van het handboek Geschiedenis van de Nederlanden door Blom en Lamberts bij het vak Vaderlandse of Nederlandse geschiedenis.2 Hierin komt alleen de afschaffing van de slavernij in 1863 aan bod. Op de geschiedenisopleiding van Leiden maakte men gebruik van aanvullende artikelen naast dit handboek, waarin specifiek de slavenvaart op de Spaanse kusten en het abolitionisme in Nederland centraal stonden. In Groningen werd naast het handboek helemaal geen aanvullend artikel gebruikt. In plaats van de verdiepende artikelen zouden opleidingen gebruik moeten maken van een verbredend artikel waarin een volledig overzicht gegeven wordt. De verdiepende artikelen kunnen bijvoorbeeld wel gebruikt worden voor keuzevakken waar ook ruimte is voor verdieping. Een aanvullend artikel dat gebruikt kan worden is bijvoorbeeld ‘Slave trading and slavery in the Dutch colonial empire’ door Rik van Welie (2008).3 Dit geeft onder andere inzicht in de omvang van de slavenhandel, de bestemming en origine van de slaven, de rol van de WIC, VOC en MCC, en de soorten slavenarbeid. Aan het einde van het artikel worden de slavenhandel en slavernij in het Atlantische gebied en Indische Oceaan met elkaar vergeleken waardoor studenten ook inzicht krijgen in de overeenkomsten en verschillen tussen beide regio’s. Het nadeel van het artikel is dat we nu acht jaar verder zijn en er nieuw onderzoek over het Nederlandse slavernijverleden is verschenen.

 

Het is daarnaast dus ook tijd voor een nieuw, volledig overzichtswerk over het Nederlandse slavernijverleden, aangepast aan recente onderzoeken zoals van Matthias van Rossum.[4] Nederlandse historici zoals de al genoemde Fatah-Black en Van Rossum, maar ook Alex van Stipriaan, Ruud Paesie en Gert Oostindie, kunnen hieraan een bijdrage leveren door samen te werken en deze verandering te realiseren. Onderwijs is de sleutel tot kennis en besef en deze twee elementen zijn cruciaal om lessen te trekken uit het verleden en onze hedendaagse samenleving en actuele debatten te kunnen begrijpen.

 

 

Geplaatst in Kinderen, Onderwijs, Politiek | Tags: , | 16 reacties

De schaatsenrijder

Vooruitlopend op (wie weet…) een strenge winter met veel natuurijs lees ik over de schaatsenrijder. Het beestje heeft echter niets te maken met ijs, laat staan met schaatsen. De schaatsenrijder is een beetje bijzonder. Het is namelijk een van de weinige insecten die het grootste deel van z’n leven op het water leeft in sloten, plassen en poelen en in langzaam stromende rivieren en beken.

Schaatsenrijders zijn wantsen die op vier van hun zes poten over het water ‘schaatsen’. De poten, die dicht begroeid zijn met minihaartjes, drukken kuiltjes in het water. Omdat er lucht tussen de haartjes zit, kunnen ze zich op het wateroppervlak voortbewegen. Ze zetten zich af tegen de golfjes die ze zelf veroorzaken. Een schaatsenrijder zorgt ervoor dat hij alleen op het uiteinde van zijn poten rust, waardoor hij in staat is over het water te roeien.
Naast twee paar lange poten heeft hij twee korte poten vlak voor z’n kop. Hij jaagt op het wateroppervlakte naar kleine insecten en andere diertjes die in het water vallen. Met z’n voorpootjes pakt hij de prooi maar in plaats van hem op te eten, zuigt hij hem leeg met z’n zuigsnuit. En als het gaat vriezen…? Dan zoekt de schaatsenrijder vast een goed heenkomen

Geplaatst in Natuur | Tags: , | 15 reacties